Een rondje Schotland

'Dit is het enige landschap wat me deed huilen.' Op zoek naar de ziel van het land dat Picten, Noren, Engelsen én Schotten elkaar al eeuwenlang betwisten.

woensdag 4 juni 2014

Gods zorg voor Schotland

Woensdag 4 juni 2014; dag 21. Van Altnaharra (hotel Altnaharra) → via Crask  Inn → Lairg → Edderton (Edderton Inn). 70 km, totaal 771,5 km gefietst. Droog, weinig wind.

Het is dag 7 van de Schepping. God kijkt met genoegen terug op zijn scheppingswerk en maakt een praatje met aartsengel Michael: 'Heb je gezien wat voor mooie bergen Ik voor de Schotten gemaakt heb? En heb je gehoord van de 2000 soorten whiskey om van te genieten na het vissen op zalm en de jacht op de herten? En de prachtige kusten met de adembenemende uitzichten die ik hen geschonken heb? Ik ben er heel, heel erg tevreden over al zeg Ik het zelf.'

De aartsengel Michael knikt instemmend, maar zegt dan aarzelend: 'Denkt U niet dat het een beetje overdreven is? Dat U de Schotten misschien iets teveel verwend heeft?' God glimlacht en zegt: 'Juist daarom heb ik hen de Engelsen als buren gegeven...'

Dit verhaal hoorde ik vanochtend in de Crask Inn. De Crask Inn is wel een hele bijzondere plek. Het is een kroeg waar je ook kunt eten en slapen midden in de barre eenzaamheid van de Highlands. Mike en zijn vrouw Kay moeten het hebben van een generator om stroom op te wekken en de warmte komt van een grote kachel die met turf wordt gestookt. Dit is in de winter een van de koudste bewoonde plekken van Schotland.

Mike is een man van weinig woorden. Als ik de gelagkamer binnenkom, is hij in de tuin bezig. Het duurt een tijdje voor hij binnenkomt en vraagt wat we willen. Hij is een compleet a-typische kroegbaas. Totaal niet bezig om iemand, wie dan ook, te behagen. Hij is gewoon aan het werk en tussendoor zet ie een kop thee voor je.

In de tuin kweekt hij allerlei soorten goenten - niet echt makkelijk onder deze omstandigheden - en 's avonds wordt er gekookt met deze zelfverbouwde spullen. Als je wilt, kun je meeeten wat de pot schaft. De Crask Inn heeft het soort ruige en eerlijke vriendelijkheid en gastvrijheid die mij erg aanspreekt.

In de donkere gelagkamer zit iedereen met elkaar te praten. Veel gasten zijn er niet. Waar zouden ze ook vandaan moeten komen?

Twee fietsers komen binnen. Het zijn David en Geoff Williams. Vader en zoon zijn bezig met een sponsoractie om geld in te zamelen voor onderzoek naar prostraatkanker. Ze fietsen van het ene eind van Groot-Brittannie (Land's End in Cornwall) naar het andere (John O'Groats in Schotland) (zie: www.williamslejog.wordpress.com). Dat is 1600 km heuvels en tegenwind in 13 dagen. Ik zou het niet kunnen. Petje af voor deze aardige mannen!

Eigenlijk bijzonder: iedere keer opnieuw merk ik tijdens deze tocht hoe verrijkend  het is om gewoon met mensen te praten die je tegenkomt. Net alsof dat veel minder gebeurt in de 'beschaafde wereld' waar iedereen met z'n ogen vastgelijmd zit aan het scherm van z'n telefoon.

Als ik weg wil fietsen bij de Crask Inn, komt Mike uit de tuin en vraagt: 'Heb je wel een helm bij je? De weg hier is steil hoor!' Ontroerend, zo'n zorg voor iemand die een simpel kopje thee bij je gedronken heeft.

Aanrader: Crask Inn (40 km ten zuiden van Tongue aan de A836).

Perverse windhandel

Dinsdag 3 juni, dag 20b; Althahara.

Achter het hotel is een dozijn huiszwaluwen bezig en plas te benutten om slijk voor hun nesten te verzamelen. Je ziet ze hier nog veel. Insekten genoeg en er zijn ook veel huizen waar ze tegenaan kunnen bouwen. In Nederland worden de nesten nogal eens vernietigd doordat mensen de 'troep' niet willen. Doodzonde!

Bij het slapen gaan, vliegt er een uil rond het hotel. 'Hoehoe, oehoe' hoor ik vanuit mijn bed. Ik weet het niet precies maar ik denk dat het een velduil is. Kippevel!!

Dit gebied is zo mooi en nog zo ongerept, dat het alleen daarom met hand en tand verdedigd zou moeten worden tegen aantasting. En die aantasting is niet denkbeeldig, zo vertelt Peter, met wie ik een hele tijd zit te praten in de bar.

Hij ziet er stoer uit: stevige vent, bruine kop van het buitenleven en van top tot teen in het groen. Peter is de schaapherder van het 'estate' hier. Voor zijn Engelse landeigenaar verzorgt hij de 1200 schapen die op het 14000 acres grote landgoed rondlopen. Een hoop werk voor een persoon. Vroeger waren ze met z'n zessen. Nu heeft hij alleen in het lammerseizoen en bij het scheren hulp. Verder moet hij het doen met zijn vier werkhonden en z'n quad, een vierwielaangedreven terreinmotor.

Peter vertelt: 'Er woedt momenteel een enorme discussie over het plaatsen van een groot aantal windmolens hier op de Highlands. Een groot gebied hier is gekocht door een buitenlander met fabrieken in China. Die produceren erg vervuilend en dus heeft hij problemen met de EU-regelgeving. Om te voldoen aan de eisen voor een lage carbon footprint van zijn producten in China, wil hij die uitstoot daar compenseren door hier windmolens neer te zetten. Zo maakt hij niet alleen de omgeving van zijn fabrieken in China kapot, maar ook onze omgeving. Die regels zijn pervers! En het gaat alleen om geld. Ze maken er alles voor kapot.'

Peter is zichtbaar aangeslagen. En hij is niet de enige. Ook de andere mannen in de bar zijn bezorgd. 'Wat kunnen we doen? Wij zijn maar een klein dorpje. Naar ons luistert niemand.' Ze putten hoop uit het feit dat de twee andere grootgrondbezitters van deze streek, een Engelsman en een Deen, ook tegen zijn.

Bizar eigenlijk: dit is een prachtige streek met aardige, trotse bewoners en als het er op aankomt trekt iemand anders in een verafgelegen corporate boardroom aan de touwtjes. Zonder gevoel voor de schoonheid hier en de belangen van de bewoners. Alleen geld, stake holder value en bonussen tellen blijkbaar. Peter heeft gelijk. Deze windhandel is pervers.

dinsdag 3 juni 2014

Over waard- en andere vreemde vogels

Dinsdag 3 juni, dag 20; gefietst van Tongue (independent Youth Hostel) → Altnahara (hotel Altnahara); 31 km gefietst, totaal 702 km. Droog, daarna flinke stortbuien. Weinig wind.

De dag begon zo veelbelovend: een blauwe lucht, zonnetje, een prachtige route in 't vooruitzicht, kortom prima.

Ik had me voorgenomen om van Tongue naar de Crask Inn te rijden. De Crask Inn is een beroemde herberg in the middle of nowhere hier in the Highlands. Al met al maar 40 km fietsen, dus een rustig dagje. Er was wel een minpuntje: ze hadden geen bed meer in de Crask Inn. Ik mocht wel mijn tentje in de tuin zetten en meeeten kon ook.

Toen ik bij Tongue naar het zuiden afsloeg, was dat best een gek moment. Ik had ook nog een rondje Orkney's willen fietsen en dan had ik hier naar het noorden gemoeten. Omdat ik te weinig kilometers kan maken vanwege het terrrein en het weer, heb ik besloten de Orkney's voor een andere keer te bewaren. Per slot van rekening wil ik op tijd weer richting Zuid-Schotland waar ik volgende week Atje ontmoet.

De weg van Tongue richting Lairg voert dwars over de highlands. Het is een prachtige, stille route bij mooi weer. Ik kan me voorstellen dat het bij slecht weer of bij mist een heel ander verhaal is.

De weg volgt lichtjes golvend de oever van Loch Loyal. Aan beide kanten rijzen de afgeronde toppen van de bergen op. Alles is groengrijs of bruingrijs met het harde geel van de uitbundig bloeiende brem als tegenwicht.

Tussen Tongue en het dertig kilometer verder gelegen Altnahara is er een huis bewoond, verder is er helemaal niks. Het enige bewoonde huis is Lettermore. Een prachtig, Engels aandoend jachthuis halverwege het loch. Best gek, deze luxe zo in de leegte, alsof het huis verdwaald is.

Onderweg hoor ik opvallend veel koekoeken. Die hoor ik trouwens al de hele tijd opmerkelijk vaak. Ik vraag me af wat voot waardvogel ze hebben. Een koekoek legt niet zomaar z'n eitjes in een nest. Ze zijn gespecialiseerd in een bepaalde soort, de zgn. 'waardvogel'. Ik vermoed dat dit hier voornamelijk fitissen,  piepers en leeuwerikken zijn. Die zitten hier veel.

Heb je ooit het geluid van een wijfjeskoekoek gehoord? Dat is een gek geluid. Het doet mij altijd denken aan een heks uit een sprookje. Zoek het maar 's op op internet dan hoor je wat ik bedoel.

Onderweg lekker 'geprutst': met de verrekijker vogels gekeken, gepraat met een stel Duitse bikers en ook nog een hele uiteenzetting gekregen van een soort Britse lord.

Dit hele gebied behoort tot de clan van de MacKays. Dat waren protestanten, fervente Jacobieten dus. Ze zijn in die tijd  al hun land kwijtgeraakt en het hoofd van de clan is naar Nederland getrokken om daar te vechten tegen de (katholieke!) Spanjaarden. Toen ie daar mee klaar was, trouwde hij een prinses Van Oranje. De familie schijnt nu in Ophemert te wonen. Toen ik vroeg of zij dan nog hoofd van de clan zijn, was het antwoord: 'Ja, zeker, maar zonder land heb je daar niks aan'

Altnahara is een gehucht van minder dan 100 inwoners met een kerkje, een schooltje en een hotel met een pub. In die pub zat ik toevallig toen de tweede zondvloed losbarstte (de eerste was ten tijde van Noah zoals jullie weten). Wat een regen! Het kostte niet veel tijd om re bedenken dat een warm en droog bed hier in het hotel wel 's een aangenaam alternatief voor mijn tent zou kunnen zijn.

En dat is het ook. Ik bevind mij tussen allerlei gasten die tegen fikse betaling hier forel komen hengelen en 'm vervolgens terug in het water moeten gooien. Boeiend volk. Nog veel aardiger was het lange gesprek aan de toog met de plaatselijke herder. Ik moet zeggen dat ik er veel van opgestoken heb en dat lag niet aan de alcohol. Daarover een andere keer meer. Een ding is zeker: er wordt nog steeds hard gestreden om Schotland en ook nu nog laten de Vikingen zich niet onbetuigd!

Nat, natter...

Maandag 2 juni 2014; dag 19. Van Durness (Scottish Youth Hostel) via Loch Eriboll naar Tongue (Hostel bij causeway). 50 km gefietst, totaal 673 km.
Met spijt afscheid genomen van de mensen in het Youth Hostel in Durness. Het is echt een fijne plek.

De route naar Tongue is de eerste 20  kilometer prachtig en redelijk vlak. Met uitzicht op Loch Eriboll fiets je gemakkelijk glooiend verder. Dit loch is eigenlijk een inham van de oceaan. Met een diepte van 60 meter is het de diepste inham van de Britse kust. Dat is ook de reden dat hier vroeger de schepen beschutting zochten bij slecht weer.

In het loch is een visfarm. Hier wordt zalm gekweekt, een steeds belangrijker exportprodukt voor Schotland. Daarnaast wordt bij de kust ook veel op krabben en schelpdieren zoals mosselen en oesters  gevist.

Na het loch moet er twee keer stevig  geklommen worden voor ik de hoogvlakte bereik die naar Tongue leidt.

Ondanks dat 't weerbericht redelijk positief was, motregent het af en toe. Dan trekt het helemaal dicht en valt de regen bij bakken uit de lucht. Het fietsen over de hoogvlakte biedt geen enkele beschutting. Gelukkig waait het bijna niet.

Als ik in Tongue aankom, vertoon ik ernstige gelijkenis met een verzopen kat. Maar in het kleine supermarktje annex postkantoortje annex koffieshop is het droog en ze hebben er goede Sagfredo koffie. Een zeldzaamheid in dit land.

Als om vijf uur het Youth Hostel opent, ben ik de eerste. Ik krijg een kamer met uitzicht op het meer en de bergen. Er is een hete douche, warm eten, goed  gezelschap en wifi. Wat ga je al die dingen toch waarderen juist als ze er niet altijd zijn. 'Zufriedenheit ist Gluck,' zei mijn oude buurvrouw en gelijk had ze!

Jagers in soorten en maten

Zondag 1juni; 18d; rustdag in Durness. Papegaaiduikers bij Faraid Head.

Een van de grote attracties van Schotland is de natuur - nou ja, afgezien van die steekbeesten dan. En van die natuur kun je op verschillende manieren genieten. Dat is interessant, want genieten betekent dat er potentie is voor een verdienmodel.

Zo wordt er in Schotland niet slecht verdiend aan de jacht en aan de visvangst. In het najaar vliegen jagers uit alle delen van de wereld hier naartoe om hun eigen versie van 'out of Africa' te beleven. Ze schieten voornamelijk op edelherten en grouse, een soort patrijs.

Van die herten lopen er hier zo'n 750.000 rond heb ik gelezen, wat ze min of meer tot een plaag maakt. Grouse zijn er veel minder, maar een akte om grouse te schieten is veel goedkoper en ja, als budget-jager wil je toch wat na het verorberen van een FSB (full Scottish breakfast) voorafgegaan door een genereuze inname van een aantal whiskey's de avond tevoor.

En bovendien, je kunt wel zo'n hert omleggen maar wat moet je ermee? Je kunt lastig op Schiphol aankomen met 100 kilo hertebout en zeggen dat het uit de duty free van het vliegveld op Glasgow komt... En dus wordt er op grouse geschoten. Daarvan zijn er steeds minder maar business is business.

Voor de wat minder bedeelden is er de visvangst. Stukken goedkoper en net zo stoer mannelijk. Voor iedere keer dat je hier een hengel uitgooit, heb je wel een 'permit' nodig. De boete die wordt uitgedeeld als je vist zonder vergunning, is niet misselijk. Er wordt voornamelijk aan vliegvissen gedaan op o.a. forel.Dat vliegvissen is een echte kunst. Ik vind het mooi om naar te kijken hoe de lijn met een sierlijke beweging wordt uitgegooid en dan langzaam wordt ingehaald.

Voor de nog minder bedeelden onder ons en voor de teer besnaarden die vlees en vis voor hun FSB door anderen laten doden, is er het vogels kijken. Dat is een soort pseudo-jacht waarbij de hard core liefhebber zich uitdost als een jager, soms compleet met camouflagekledij. Alleen het geweer wordt vervangen door een camera. Of twee. Of drie. Met telelenzen zo lang als een arm wordt de jacht ingezet. Iedere zeldzame vogel zal gespot worden om aan het persoonlijke digitale tableau te worden toegevoegd (tableau = uitstalling van alle geschoten dieren na de jacht).

De Tourist Information in Durness speelt handig in op deze gesublimeerde jachtdrang. Niet zo ver van het dorp, bij Faraid Head, broeden papegaaiduikers op een klif. Er broeden nog veel meer soorten  maar papegaaiduikers zijn erg populair onder vogelaars. Ik vermoed dat dit komt doordat het zeldzame en kleurrijke beesten zijn. Bovendien zijn ze groot genoeg om goed te kunnen zien en zitten ze op open plekken wat fotograferen veel makkelijker maakt dan van pak 'm beet de doorsnee nachtegaal die diep verborgen in een struik z'n lied zingt.

In de Tourist Information van Durness hangt een groot scherm waarop je life kunt bespieden wat er in de vogelkolonie vijf kilometer verderop gebeurt. Naast de klif is een camera op een paal gemonteerd om ze allemaal in de gaten te houden.

Voor het echte werk moet je er natuurlijk wel heen. Dat heb ik dan ook gedaan. Het is een mooie wandeling vanaf de parkeerplaats bij de ruine van de kerk van Barnakeil over het strand. Voor de eerste 'dry stone wall' rechtsaf het pad volgen en dan tot de klif lopen. De blik op de kolonie vogels in de diepte is adembenemend. Ik heb er een hele tijd naar liggen kijken met de verrekijker. Zoals het een echte jager betaamt. Mooie foto's voor het tableau kan ik echter niet bieden: als fietser heb ik geen telelens bij. Maar ach, misschien moet je zelf maar 's gaan kijken want er gaat niks boven de eigen jachtervaring.Toch?

maandag 2 juni 2014

De beul van Barnakeil

Zondag 1 juni; 18c; rustdag in Durness; bezoek aan Barnakeil churchyard en papegaaiduikers.

Hij had een slecht karakter. Altijd al gehad. Het was zo'n jochie wat als een mini-tiran al z'n vriendjes pest en stiekem vliegen pootjes uittrekt en dan gefascineerd toekijkt hoe ze sterven. Dat werk.

Dat bleek een prima voorbereiding toen hij later een nette betrekkking zocht. Donald MacMurcho werd de beul van het hoofd van zijn clan.

Hij was er de man niet naar om zich onnodig moe te maken, dus als er weer eens iemand een kopje kleiner gemaakt moest worden, pakte hij ze bij kop en kont en gooide ze zonder complimenten in de Snoo. Dit is de diepste zeegrot die Schotland kent en deze ligt bij Durness. Een bijzonder effectieve werkwijze al met al.

In de loop der jaren had MacMurpho zo'n 18 dorpsgenoten in de Snoo geworpen. Daar maak je natuurlijk weinig vrienden mee, al was het maar omdat er geen overblijven. Toen hij op zijn sterfbed lag, bedong hij dat zijn lichaam onder de kerkmuur begraven zou worden. Op deze manier, deels in de kerk, deels erbuiten, trachtte hij te voorkomen dat het dreigement van een oude vrouw uit het dorp werkelijkheid zou worden. Ze had namelijk gedreigd op z'n graf te zullen dansen.

De ruine van de kerk van Balnakeil waar MacMurpho in 1623 begraven werd, staat er nog steeds. De jachtende, grauwe lucht biedt een passende achtergrond bij deze lugubere geschiedenis.

Vroeger was dit een belangrijk gebied in het christendom. Bekend is bijvoorbeeld dat de kerk van Balnakeil een aanzienlijke som geld bijdroeg aan de kruistocht van paus Gregorius in 1275. Maar dat was ver voor de tijd dat er beulen begraven werden onder de kerkmuren en gedanst werd op graven...

Van midges en mensen

Zondag 1 juni 2014; dag 18b; rustdag in Durness. 8 km gefietst, totaal 623 km afgelegd.

Op een rustdag, de naam zegt het al, moet er natuurlijk het nodige gebeuren. Eigenlijk is het een enorme luxe om tijdens zo'n tocht, waarbij je steeds verder trekt, voor langer dan een paar uur een vertrouwd plekje en goed gezelschap te hebben.

Dat is een van de voordelen van een jeugdherberg: meestal zijn de gasten aangenaam gezelschap en interessant om mee te praten. In Durness zitten we een paar dagen met hetzelfde kerngroepje in het hostel en al snel wordt er veel en intensief gepraat. Het gaat over de meest uiteenlopende onderwerpen, varierend van reizen, cultuur, geschiedenis tot politiek en ook over hele persoonlijke dingen.

Los van het al dan niet aangename gezelschap, heeft een hostel het grote voordeel van droog en midges-vrij zitten. Ik heb vrij veel regen gehad tijdens deze vakantie en dan is het fijn om niet je tent 's avonds ergens op een kletsnat veldje te moeten zetten en 's ochtens weer nat in je fietstassen te stoppen.

Als het droog is, dan zijn er de midgets. Het zijn een soort miniatuur mugjes, maar ze zijn met zovelen dat ze ongelooflijk irritant zijn. Vooral als het warm en windstil is, lijkt het soms alsof er een miljoen om je heen zoemen terwijl jij je zuchtend en zwetend een helling op probeert te werken. Deze week had ik op een dag zo'n 40 steken te pakken. Dat helpt niet echt om daarna lekker te slapen. Enfin, midges horen bij Schotland als een kilt bij een doedelzak dus niks aan te doen. Maar je snapt dat een midges-vrij onderkomen soms een welkome luxe is!

Terug naar de rustdag. Wat heb ik gedaan? Nou, heel simpel: eerst een beul bezocht en me daarna op het spionagepad begeven...

Op het spoor van John Lennon

Zondag 1 juni 2014; dag 18 - rustdag in Durness.

Het Scottish Youth Hostel in Durness is een fijne uitvalsbasis om de omgeving te verkennen. Het hostel bestaat uit een paar oude legerbarakken die fris zijn opgeschilderd. Binnen heerst er een weldadig aandoende sfeer van warmte en gezelligheid. Warden Mary Ann zwaait - geassisteerd door haar drie sheep dogs - met verve de scepter.

Het hostel ligt een eindje buiten het dorp, met uitzicht op de baai en Snoo Cave. Het ligt op schootsafstand van het John Lennon Memorial. Deze beroemde Beattle bracht als kind  hier de zomervakanties door bij zijn tante wat voor het het dorp voldoende reden was om een heuse gedenktuin aan te leggen bij het gemeentehuisje. En geloof het of niet: HIJ was ooit hier samen met Yoko. Het schijnt dat Lennon Durness bezingt in zijn beroemde song 'Imagine all the people'. Je gaat toch heel anders naar zo'n tekst luisteren als je dit allemaal weet. Niet dan?

Zondige chocolade

Zaterdag 31 mei 2014; dag 17b. Rustdag in Durness.

'Ga lekker zitten love, ik breng het zo bij je.' De beker die even later voor me neer wordt gezet, druipt van de chocolade. Echte chocolade, die in dikke, verleidelijke druppels op het schoteltje terechtkomt.

Cocoa Mountain is een verhaal apart. In een aantal verlaten legerbarakken, een mijl westelijk van Durness, heeft zich een hele groep kunstenaars gevestigd. Samen vormen zij de 'Balnakeil Craft Village'. Er zitten vogels van diverse pluimage bij die samen een bont, anarchistisch geheel vormen.

Er wonen schilders, keramisten en diverse mensen die sieraden maken. En natuurlijk ontbreekt ook de alternatieve boekwinkel annex healing centrum niet. De vroeger grijze, zielloze legerbarakken zijn opgevrolijkt met allerlei kleuren en in de verwilderde tuintjes bloeien allerlei kleurige bloemen. 

Het kloppend hart van het kunstenaarsdorp wordt ongetwijfeld gevormd door Cocoa Mountain. Dit is een cafe met een bakkerij die helemaal gespecialiseerd is in chocolade. De chocomelk - van twee soorten gesmolten  chocolade en echte melk - is het waard om een zonde voor te begaan. Maar ook de truffels (met whiskey!), de scones, de cakejes en nog veel meer: overal zit onverantwoord veel lekkere chocolade in verwerkt. Zou het toeval zijn dat zoveel van de klanten vrouwen zijn?

Aanrader: Balnakeil Craft Village, een mijl westelijk van Durness (nb: iets verderop aan deze weg ligt een prachtig strand - hier kunnen de miljoen calorieen van de chocomelk omgezet worden in een prachtige wandeling)

Dolende zielen bij Cape Wrath


Zaterdag 31 mei, dag 17; rustdag in Durness (Scottish Youth Hostel). Cape Wrath bezocht.

'De wc is buiten gebruik wegens gebrek aan water.' Vol ongeloof staart de keurig geklede toeriste naar het briefje en vraagt dan met wanhoop in haar stem aan de kroegbaas: 'Kunt u mij zeggen waar ik dan naar het toilet kan?' Hij wijst naar buiten: 'Gaat u toch gewoon achter een muurtje zitten, er staan er genoeg.'

Cape Wrath is het uiterste puntje van Schotland. Letterlijk. Tussen dit punt en Canada zit niets dan het water van de Atlantische Oceaan. Maar al dat water betekent nog niet dat er een wc kan worden doorgetrokken.

John, de kroegbaas, is de enige vaste bewoner van het schiereiland. En dan woont hij ook nog op de uiterst noordwestelijke punt van het eiland, naast de vuurtoren. Zo ver mogelijk van andere mensen vandaan.

In het seizoen krijgt hij aanloop genoeg. Vanaf een strandje bij de Kyle of Durness zet veerman John Carbreck een paar keer per dag wat toeristen over in een klein rubberen bootje. Ook hij heeft soms last van te weinig water: als het tij af is, dan heeft hij zelfs met zijn kleine bootje moeite om aan te meren.

Aan de overkant worden de toeristen opgewacht door Steward en zijn maat, die met twee oude, wrakke busjes iedereen van het  pontje naar de 18 km verder gelegen vuurtoren-met-kroeg brengen.

Er ligt slechts een weg op het schiereiland. Deze is aangelegd in 1832 om het onderhoud aan de vuurtoren mogelijk maken. Sindsdien is de weg die oorspronkelijk bedoeld was voor paard en wagen ooit geasfalteerd, maar hij bestaat nu vooral uit de herinnering aan asfalt en dat merk je in de stug geveerde busjes.

De vuurtoren en de enige stenen brug op het schiereiland zijn in 1827 aangelegd door Robert Stevenson. Het licht van de vuurtoren is 24 mijl zichtbaar. Op een heldere dag kun je van hier zowel het Hebriden-eiland Lewis als de Orkney's zien liggen.

Aanleiding om een vuurtoren te bouwen was een serie schipbreuken bij deze afgelegen, ruige kust waarbij veel mensenlevens verloren gingen. Sandwood Bay, een van de mooiste stranden van Europa - en zo goed als onbereikbaar - ligt iets ten zuiden van de vuurtoren. Het verhaal gaat dat hier 's nachts regelmatig dolende zeelieden gezien worden die echter geen voetsporen nalaten op het natte zand. Het zijn de dolende zielen van  schipbreukelingen op zoek naar rust.

Die rust wordt minimaal twee keer per jaar wreed verstoord. In het voorjaar en in het najaar houdt het Britse leger hier in deze laatste grote wildernis van Schotland samen met NAVO-partners grootscheepse legeroefeningen.

Het ruim 200 km2 grote schiereiland bleek een ideaal trainingsgebied toen Maggie Thatcher ten strijde trok vanwege de Falklands. Het landschap hier en de condities waaronder gevochten moest worden, lijken sterk op deze Zuidamerikaanse eilanden. De oefeningen bleven niet zonder resultaat voor de Iron Lady en de schapen op de Falklands: daar wappert nu nog steeds fier de Britse vlag!

Al dat oefenen levert ook de nodige souvenirs op. Chauffeur Steward vertelt dat laatst een toerist na een wandeling over het eiland weer in de bus wilde stappen terwijl hij iets in z'n hand hield. Bij nadere beschouwing bleek het ding een granaat te zijn. Een onontplofte wel te verstaan! Altijd leuk voor thuis op de schoorsteenmantel...

zondag 1 juni 2014

Vogelparadijs

Vrijdag 30 mei 2014 - dag 16; Scourie → Tarbert → Handa Island → Tarbert → A838 → Durness (Scottish Youth Hostel). 53,5 km gefietst, in totaal 615,5 km gefietst.

De kliffen torenen meer dan 120 meter uit boven de rusteloze golven van de oceaan. Op alle breuklijnen en andere beschutte plekjes tussen de rotsen zitten vogels te nestelen. De 'guillemot', een soort alk, heeft met duizenden exemplaren hier een van de grootste kolonies ter wereld. Maar ook allerlei grote en kleine jagers, snippen, 'puffins',  stormmeeuwen en mantelmeeuwen en 'razorbills' nestelen hier.

Handa is een van de bekendste vogeleilanden van Schotland. Je komt er niet zomaar. Vanaf Scourie is het ruim een uur fietsen waarvan de laatste vijf kilometer over gemeen steile hellinkjes met bordjes als 'pas op voor de stier!' Alsof je je hier op de fiets uit de voeten zou kunnen maken wanneer er een slechtgeluimde stier achter je aankwam.

Tarbert bestaat uit twee of drie huizen, een kroeg en een aanlegplaats voor de zoodiac waarmee je kunt worden overgezet. Als er voldoende passagiers bij de steiger staan, helpt de schipper iedereen het wiebelende bootje in, reikt zwemvesten uit en start de motor.

De reis is niet lang, zo'n twintig minuten. Onderweg vertelt Bill: 'Normaal zouden we nu ook bruinvissen en dolfijnen kunnen zien, maar er is zo weinig krill dat er geen vis de baai in komt. Zonder krill geen vis en zonder vis, geen dolfijnen.' Het water is ongelooflijk helder, je kunt zo metersdiep kijken.

Bij het naderen van het strand komen twee vogelwachten in lieslaarzen met een soort mobiel aanlegsteigertje het bootje tegemoet zodat we met droge voeten van boord kunnen.

Mike, een van de gidsen, neemt ons mee naar de vogelhut eem eindje verder op het eiland. 'Vroeger woonden hier zo'n 40 mensen op het eiland, de 'crofters' of keuterboeren. Ze hielden een paar schaapjes, misschien nog een koetje en ze verbouwden wat haver en aardappelen.' Gezien de ruige, schrale grond waaruit het eiland bestaat, stond dat garant voor een armoedig bestaan. Ook de visvangst, met de ruige zee, kan niet makkelijk zijn geweest.

Rond 1845 woedde ook hier de aardappelpest. Mensen verloren het grootste deel van hun middelen van bestaan. Een winter van honger en gebrek volgde. Daarna besloot de landheer om op grote schaal schapen te gaan houden op het eiland. De crofters moesten weg - zoals op zoveel andere plaatsen in Schotland het geval was.

Hier was de landheer in ieder geval nog  menselijk genoeg om in 1848 de overtocht van zijn pachters naar Nova Scotia te betalen. De vestiging in Canada bracht voor de meeste crofters geen soelaas: ook daar werden ze getroffen door de aardappelpest en leefden ze in bittere armoe.

Het schapen fokken op Handa bleek al evenmin een succes: uiteindelijk werd het hele eiland aan de vogels overgelaten. Op dit moment broeden er bjna 100.000 zeevogels wat Handa een van de grootste zeevogelkolonies in Europa maakt.

Weinig bekend is dat zolang Handa bewoond was, het eiland een heuse koningin had en een parlement (op een bevolking van zo'n 40 mensen...). De oudste weduwe van het eiland was traditioneel de koningin. Haar parlement, een aantal mannen, kwam iedere morgen bij elkaar om te bepalen wat er die dag gebeuren moest. Dat is nog 's democratie!

Over het eiland is een pad van zes kilometer aangelegd waarover je een mooi rondje kunt lopen. Snel gaat dat niet want om de haverklap zie je een bijzondere vogel of een mooi plantje of sta je te genieten van een prachtig uitzicht.

Vlakbij de ruines van de paar huisjes die er ooit stonden, komt er ineens een 'red grouse', een soort rode patrijs, het pad opgestapt. De vogel gedraagt zich typisch op de manier van dieren die niet geleerd hebben mensen te vrezen. Ze kijkt me omzichtig aan, fixeert me zeker een minuut lang en stapt daarna deftig verder de hei in met zo'n blik van 'ik heb niet de hele dag'. De grouse stond op nog geen drie meter van me vandaan. Wat een prachtige vogel, wat een bijzonder moment!

Niet ver van de ingestorte huisjes, bevindt zich ook het kerkhofje van Handa. Dat is groter dan je zou vermoeden met een bevolking die op z'n hoogst 40 zielen telde. Waarschijnlijk werden hier in oude tjjden, toen er nog wolven voorkwamen in de Highlands, in strenge winters mensen begraven om te voorkomen dat ze weer opgegraven - en opgegeten - werden door een roedel hongerige wolven.

Aanrader: bezoek het vogeleiland Handa. Het is echt een bijzondere plek!

EU als redder

Vrijdag 30 mei 2014; dag 16b.

Toen ik terugkwam in Tarbert, was het twee uur geweest. Tijd om op de pedalen te springen en de ruim 40 kilometer naar Durness te gaan doen.

Bij Laxford Bridge ligt een opmerkelijk nieuw stuk tweebaansweg. Dat is hier aangelegd met steun van de EU om het vrachtvervoer (voornamelijk vis) naar de Schotse oostkust te vergemakkelijken. Schotland wil, na het bereiken van de gedroomde onafhankelijkheid, dolgraag lid worden van de EU. De redenen daarvoor laten zich makkelijk raden. Of de EU op zijn beurt een relatief klein land als Schotland (5 miljoen inwoners in een gebied ter grootte van Oostenrijk) nou zo graag als nieuw lid wil, valt nog zeer te bezien.

Na Rhiconich - een paar huizen, twee hotels, een politiepost (gesloten) en een publiek toilet (open en schoon, met drinkwater) - gaat de route golvend verder.

De weg is eenzaam. Er staan maar een paar huizen op 40 kilometer. Het uitzicht doet denken aan sommige delen van Wyoming of Montana. Een oneindige reeks afgeronde bergtoppen waarvan de kleur vervaagt naarmate ze verder weg staan.

De bergen wijken terug en vormen een brede vallei die doorsneden wordt door een snelstromende rivier. Hier en daar lopen schapen met hun lammeren. Vrjjwel iedere ooi heeft maar een lam. Meerlingen, in Nederland heel gewoon, zie je hier veel minder. Zouden de schapen zich zo aanpassen aan de veel moeilijkere leefomstandigheden hier?

Durness is een klein dorpje dat in een slordig verspreide straat tegen de kust aan ligt. Er is geen duidelijk centrum. Daar staat tegenover dat het alles heeft wat de eerzame fietser zou kunnen verheugen: een Spar, een fietsenmaker, twee hostels en een aantsl B&B's, een Tourist Information, een mooie camping met uitzicht op de baai en een paar pubs waar je ook kunt eten. Dat, plus een monument voor John Lennon...

donderdag 29 mei 2014

Campers en cake

Donderdag 29 mei 2024; dag 15. Van Achmelvich (Youth Hostel) → A837 → A894 → Scourie (B&B Scoury Guest House). 48,1 km gefietst, totaal 562 km. Eerste compleet droge dag v.d. hele tocht.

'Wat kan ik voor je doen, love?' 'Doet u mij maar thee met scones, please.' Binnen een paar minuten staat het gevraagde op tafel: een versgebakken, warme scone en een potje sterke, hete thee. Plus een kannetje water om de thee aan te lengen en een kannetje verse melk. Het is twee uur 's middags en ik ben de eerste klant van de dag. Jill drijft samen met haar 75-jarige moeder een piepklein theehuisje  annex poppenmuseum in Unapool.

Met de thee, koffie, cake en andere spullen is niks mis. Alles is vers en met liefde bereid, dat proef je. Met de ligging ook niet: je kijkt vanachter je kopje thee zo op Loch Glencoul - en dat is mooi. Toch hangt er een briefje op het raam: 'Laatste seizoen dat we open zijn'.

Ik vraag Jill waarom ze dichtgaan. 'We krijgen steeds minder mensen. De inkomsten lopen terug, maar de huur moet wel betaald worden.' Ze legt uit dat het niet echt goed gaat met de economie in Schotland. Zelf werkt ze, naast het theehuis, ook nog in een hotel.

'Er komen wel toeristen, maar velen komen met campers. Die doen hun boodschappen bij een Tesco en behalve deze grote supermarkten verdient er niemand hier wat aan. Zelfs de campings niet want ze gaan 's avonds gewoon ergens staan'.

Het klopt wat ze zegt: op parkeerplekken in de natuur zie je de campers staan met moeders druk doende koffie te verzorgen en pa zit z'n krantje te lezen. (Het is opmerkelijk hoe traditioneel de taken verdeeld zijn: pa achter het stuur en moe in de verzorgende rol). Jil vervolgt: 'Ik snap het wel. Zo'n camper is duur en dus besparen ze op andere dingen.'

Ondertussen staan ook twee van de drie hotels in de buurt te koop. Niemand heeft totnogtoe een bod uitgebracht. Volgens Jill komt dat ook door het referendum binnenkort waarbij beslist wordt of Schotland zich losmaakt van Engeland of niet. Jill: 'Je gaat toch niet al dat geld investeren voordat je duidelijkheid hebt over hoe het nu verder moet met dit land?'

Gelijk heeft ze. Nog precies 16 weken en Schotland stemt 'yes' of 'no'. Maar daarover meer inside information in een volgend blog.

Vermeldenswaard verder over vandaag: de route is mooi, pittig en afwisselend. Scourie is een klein dorpje met uitzicht over de oceaan. Op een of andere manier doet 't Brits aan inplaats van Schots. Maar dat kan ook komen doordat er zoveel Britse gasten in de pub zaten waar ik ben gaan eten.
Morgen verder richting Durness!

Ps: ik heb een nieuw maatje waarmee ik nu onderweg ben. Hij heet Hemish en is Schots.




woensdag 28 mei 2014

Icarus

Dag 14, woensdag 28 mei 2014; Ullapool → Drumrunie → Inverkirkaig → Lochinver → Achmelvich (Scottisch Youth Hostel); 56.8 km gefietst, totaal 513.9 km; 8 u onderweg; droog met paar buien; 13 gr, tegenwind, windkr. 3.
Dit was een dag van, hoe zal ik het zeggen, van uitersten. En dat is zachtjes uitgedrukt.
Het begon met een sober fietsersontbijt in de Ferry Inn in Ullapool: heerlijk vers fruit met muesli, vervolgens een zalige dikke porridge-met-rietsuiker, toen toast met tongstrelende marmelades en jam, vervolgens warm roerei met gerookte zalm. Zal ik doorgaan? Want er was nog veel, veel meer...
En dan had ik ook nog het genoegen om tijdens het ontbijt naast een select gezelschap ietwat gedateerde Britten uit de upper-ten te mogen zitten. Ik werd nauw zichtbaar toegeknikt en vervolgens in stijl genegeerd.
Ik ken mijn plek, dus heb ik mij beperkt tot het zo onopvallend mogelijk verorberen van heerlijkheden en het luisteren naar de luide monoloog van een der heren in kwestie. Dat laatste was, gezien toon en volume van voornoemde heer, een onvermijdelijkheid.
Getooid in een onberispelijk tweed kostuum en voorzien van bolle, ernstig rode kaken en rooddoorlopen ogen, poneerde hij de ene onweerlegbare stelling na de andere. Het leed geen twijfel: hier sprak een man van de wereld.
'Ik zei jullie toch al tijden geleden dat Poetin dit zou uithalen?!' (Instemmend gemompel van de overigen.) 'Het probleem is dat dit land geen ballen meer heeft!' (Instemmend enz.) 'We kunnen niet eens een fatsoenlijke oorlog beginnen omdat we veel te veel geld uitgeven aan uitkeringen!' (Ja, en wat dacht je? Juist! Instemmend gemompel.)
Enfin, aldus gesterkt voor de komende vijf kilometer fietsen en ruim voldoende om de komende vijf jaar over na te denken, besteeg ik mijn stalen ros. Op naar de Tourist Information om in Lochinver een bed te veroveren.
Het is knap lastig om hier een hotelletje of B&B te vinden. Alles zit gewoon vol als je bij aankomst nog op zoek moet. Of ze zeggen dat ze vol zitten omdat ze geen gasten in hun eentje willen. En voor kamperen is het erg nat en winderig. Vooraf boeken is dus het devies. Ik werd met liefde geholpen en kreeg er een gratis training in geduld bij: na een uur (!) stond ik weer buiten met een boeking voor de jeugdherberg in Achmelvich op zak. Tijd om te fietsen!
Was het eerste stuk, van Ullapool tot Drumrunie al mooi, het tweede deel sloeg alles. Als er een fietsershemel bestaat (en die bestaat!), dan ligt er een deel tussen Drumrunie en Achiltibuie. Een lief weggetje slingert zich daar met wat ups en downs door  een werkelijk prachtig landschap.
Een brede vallei vertoont sporen van vroegere gletchers, onverwacht steile bergen rijzen als wachters op tegen de achtergrond, de uitbundig geelbloeiende brem komt prachtig uit tegen het nu nog ingetogen grijsgroen van de hei. En overal, overal zingen vogels. De fitis is alomtegenwoordig met z'n typische triller, maar ook de winterkoning, de roodborst, het paapje, de buizerd, bonte kraaien en nog veel, veel meer.
Ergens op een steen in het zonnetje zit ik zomaar te kijken naar al dit moois en intens te genieten. Dit is leven!
Als ik verder rijd, voel ik me als Icarus, die met eigengemaakte vleugels opsteeg naar de zon. Klassieken zijn er tot lering - en niet tot vermaak. Kort en goed: net als deze beroemde godenzoon stort ook ik ter aarde. Ik breng het er echter wel beter af: behalve een afgebroken spiegel en een gedeukt ego is er niks aan de hand. Handig hoor, zo'n helm!
Wat gebeurde er? De helling was zo steil, dat ik in mijn kleinste bergversnelling moest om 'm op te kunnen. Dan rijd je zo langzaam (4 of 5 km max) dat er niks moet gebeuren of je verliest je evenwicht en je ligt. Of het nou een windvlaag was of iets anders weet ik niet, maar ik ging in stijl gestrekt. Nog mazzel dat ik in de zachte berm terechtkwam. En dan staat er geheid zo'n dom schaap belangstellend toe te kijken... ggrrr@#$/^&!!
Eind goed, al goed. Het Achmelvich Youth Hostel ligt 6 kilometer van Lochinver op een prachtige  plek aan de kust. Als ik me meld, blijkt de beheerder Nederlandse te zijn. En dat niet alleen, Jorine is de dochter van Jan en Roely van Delft. Dit echtpaar heeft samen met een team van andere Europafietsers deze route gemaakt. Bij dezen hulde aan dit team: Bert Bohlander,  Jan & Roely van Delft, Elze & Gijs van Puijvelde en Aad & Ellen Reijngoud: van harte bedankt! Voor jullie enorme inspanningen verdienen jullie zonder meer de fietsershemel!! En je weet nu... hij bestaat!

dinsdag 27 mei 2014

Ullapool, terug naar het vasteland

Dag 13, dinsdag 27 mei 2014; Stornoway (Lewis) → ferry naar Ullapool, Ferry Inn. 3 km gefietst, totaal 458 km. Prachtig weer, motregen in Ullapool.

Ullapool is een bonte verzameling knusse huisjes. Deze liggen in de beschutting van een diepe, fjordachtige inham in de kust, loch Broom. Er wonen maar 1200 mensen maar doordat de ferry naar Lewis hier vertrekt, is het een soort toeristisch centrum.

Op Lewis was het vandaag warm en zonnig. Echt een afscheid van de Hebriden in stijl: stortregen bij aankomst (en daarna!) een week geleden op Barra en een stralend zonnetje met bijbehorende blauwe lucht bij het afscheid van Lewis. Gelukkig regende het bij aankomst in Ullapool zodat de schok niet te groot was.

Naast een toeristenplaatsje is Ullapool een vissershaventje. Het stadje is in 1788 gebouwd in opdracht van de British Fisheries Society.

Morgen begin ik aan mijn tocht naar het noorden. Het is hier niet heel erg vlak, maar ik hoop tot Lochinver te komen. Het landschap onderweg moet in ieder geval erg mooi zijn. Wat trouwens ook heel mooi is, is een groot aantal antieke auto's wat hier rondrijdt. Ze zijn bezig met een tocht naar het noorden. Nu ben ik doende  mij weer een automobiel aan te schaffen. Ik had een ander model in gedachten, maar misschien moet ik dit toch maar 's heroverwegen. Of ik ga morgen gewoon liften...