Een rondje Schotland

'Dit is het enige landschap wat me deed huilen.' Op zoek naar de ziel van het land dat Picten, Noren, Engelsen én Schotten elkaar al eeuwenlang betwisten.

donderdag 29 mei 2014

Campers en cake

Donderdag 29 mei 2024; dag 15. Van Achmelvich (Youth Hostel) → A837 → A894 → Scourie (B&B Scoury Guest House). 48,1 km gefietst, totaal 562 km. Eerste compleet droge dag v.d. hele tocht.

'Wat kan ik voor je doen, love?' 'Doet u mij maar thee met scones, please.' Binnen een paar minuten staat het gevraagde op tafel: een versgebakken, warme scone en een potje sterke, hete thee. Plus een kannetje water om de thee aan te lengen en een kannetje verse melk. Het is twee uur 's middags en ik ben de eerste klant van de dag. Jill drijft samen met haar 75-jarige moeder een piepklein theehuisje  annex poppenmuseum in Unapool.

Met de thee, koffie, cake en andere spullen is niks mis. Alles is vers en met liefde bereid, dat proef je. Met de ligging ook niet: je kijkt vanachter je kopje thee zo op Loch Glencoul - en dat is mooi. Toch hangt er een briefje op het raam: 'Laatste seizoen dat we open zijn'.

Ik vraag Jill waarom ze dichtgaan. 'We krijgen steeds minder mensen. De inkomsten lopen terug, maar de huur moet wel betaald worden.' Ze legt uit dat het niet echt goed gaat met de economie in Schotland. Zelf werkt ze, naast het theehuis, ook nog in een hotel.

'Er komen wel toeristen, maar velen komen met campers. Die doen hun boodschappen bij een Tesco en behalve deze grote supermarkten verdient er niemand hier wat aan. Zelfs de campings niet want ze gaan 's avonds gewoon ergens staan'.

Het klopt wat ze zegt: op parkeerplekken in de natuur zie je de campers staan met moeders druk doende koffie te verzorgen en pa zit z'n krantje te lezen. (Het is opmerkelijk hoe traditioneel de taken verdeeld zijn: pa achter het stuur en moe in de verzorgende rol). Jil vervolgt: 'Ik snap het wel. Zo'n camper is duur en dus besparen ze op andere dingen.'

Ondertussen staan ook twee van de drie hotels in de buurt te koop. Niemand heeft totnogtoe een bod uitgebracht. Volgens Jill komt dat ook door het referendum binnenkort waarbij beslist wordt of Schotland zich losmaakt van Engeland of niet. Jill: 'Je gaat toch niet al dat geld investeren voordat je duidelijkheid hebt over hoe het nu verder moet met dit land?'

Gelijk heeft ze. Nog precies 16 weken en Schotland stemt 'yes' of 'no'. Maar daarover meer inside information in een volgend blog.

Vermeldenswaard verder over vandaag: de route is mooi, pittig en afwisselend. Scourie is een klein dorpje met uitzicht over de oceaan. Op een of andere manier doet 't Brits aan inplaats van Schots. Maar dat kan ook komen doordat er zoveel Britse gasten in de pub zaten waar ik ben gaan eten.
Morgen verder richting Durness!

Ps: ik heb een nieuw maatje waarmee ik nu onderweg ben. Hij heet Hemish en is Schots.




woensdag 28 mei 2014

Icarus

Dag 14, woensdag 28 mei 2014; Ullapool → Drumrunie → Inverkirkaig → Lochinver → Achmelvich (Scottisch Youth Hostel); 56.8 km gefietst, totaal 513.9 km; 8 u onderweg; droog met paar buien; 13 gr, tegenwind, windkr. 3.
Dit was een dag van, hoe zal ik het zeggen, van uitersten. En dat is zachtjes uitgedrukt.
Het begon met een sober fietsersontbijt in de Ferry Inn in Ullapool: heerlijk vers fruit met muesli, vervolgens een zalige dikke porridge-met-rietsuiker, toen toast met tongstrelende marmelades en jam, vervolgens warm roerei met gerookte zalm. Zal ik doorgaan? Want er was nog veel, veel meer...
En dan had ik ook nog het genoegen om tijdens het ontbijt naast een select gezelschap ietwat gedateerde Britten uit de upper-ten te mogen zitten. Ik werd nauw zichtbaar toegeknikt en vervolgens in stijl genegeerd.
Ik ken mijn plek, dus heb ik mij beperkt tot het zo onopvallend mogelijk verorberen van heerlijkheden en het luisteren naar de luide monoloog van een der heren in kwestie. Dat laatste was, gezien toon en volume van voornoemde heer, een onvermijdelijkheid.
Getooid in een onberispelijk tweed kostuum en voorzien van bolle, ernstig rode kaken en rooddoorlopen ogen, poneerde hij de ene onweerlegbare stelling na de andere. Het leed geen twijfel: hier sprak een man van de wereld.
'Ik zei jullie toch al tijden geleden dat Poetin dit zou uithalen?!' (Instemmend gemompel van de overigen.) 'Het probleem is dat dit land geen ballen meer heeft!' (Instemmend enz.) 'We kunnen niet eens een fatsoenlijke oorlog beginnen omdat we veel te veel geld uitgeven aan uitkeringen!' (Ja, en wat dacht je? Juist! Instemmend gemompel.)
Enfin, aldus gesterkt voor de komende vijf kilometer fietsen en ruim voldoende om de komende vijf jaar over na te denken, besteeg ik mijn stalen ros. Op naar de Tourist Information om in Lochinver een bed te veroveren.
Het is knap lastig om hier een hotelletje of B&B te vinden. Alles zit gewoon vol als je bij aankomst nog op zoek moet. Of ze zeggen dat ze vol zitten omdat ze geen gasten in hun eentje willen. En voor kamperen is het erg nat en winderig. Vooraf boeken is dus het devies. Ik werd met liefde geholpen en kreeg er een gratis training in geduld bij: na een uur (!) stond ik weer buiten met een boeking voor de jeugdherberg in Achmelvich op zak. Tijd om te fietsen!
Was het eerste stuk, van Ullapool tot Drumrunie al mooi, het tweede deel sloeg alles. Als er een fietsershemel bestaat (en die bestaat!), dan ligt er een deel tussen Drumrunie en Achiltibuie. Een lief weggetje slingert zich daar met wat ups en downs door  een werkelijk prachtig landschap.
Een brede vallei vertoont sporen van vroegere gletchers, onverwacht steile bergen rijzen als wachters op tegen de achtergrond, de uitbundig geelbloeiende brem komt prachtig uit tegen het nu nog ingetogen grijsgroen van de hei. En overal, overal zingen vogels. De fitis is alomtegenwoordig met z'n typische triller, maar ook de winterkoning, de roodborst, het paapje, de buizerd, bonte kraaien en nog veel, veel meer.
Ergens op een steen in het zonnetje zit ik zomaar te kijken naar al dit moois en intens te genieten. Dit is leven!
Als ik verder rijd, voel ik me als Icarus, die met eigengemaakte vleugels opsteeg naar de zon. Klassieken zijn er tot lering - en niet tot vermaak. Kort en goed: net als deze beroemde godenzoon stort ook ik ter aarde. Ik breng het er echter wel beter af: behalve een afgebroken spiegel en een gedeukt ego is er niks aan de hand. Handig hoor, zo'n helm!
Wat gebeurde er? De helling was zo steil, dat ik in mijn kleinste bergversnelling moest om 'm op te kunnen. Dan rijd je zo langzaam (4 of 5 km max) dat er niks moet gebeuren of je verliest je evenwicht en je ligt. Of het nou een windvlaag was of iets anders weet ik niet, maar ik ging in stijl gestrekt. Nog mazzel dat ik in de zachte berm terechtkwam. En dan staat er geheid zo'n dom schaap belangstellend toe te kijken... ggrrr@#$/^&!!
Eind goed, al goed. Het Achmelvich Youth Hostel ligt 6 kilometer van Lochinver op een prachtige  plek aan de kust. Als ik me meld, blijkt de beheerder Nederlandse te zijn. En dat niet alleen, Jorine is de dochter van Jan en Roely van Delft. Dit echtpaar heeft samen met een team van andere Europafietsers deze route gemaakt. Bij dezen hulde aan dit team: Bert Bohlander,  Jan & Roely van Delft, Elze & Gijs van Puijvelde en Aad & Ellen Reijngoud: van harte bedankt! Voor jullie enorme inspanningen verdienen jullie zonder meer de fietsershemel!! En je weet nu... hij bestaat!

dinsdag 27 mei 2014

Ullapool, terug naar het vasteland

Dag 13, dinsdag 27 mei 2014; Stornoway (Lewis) → ferry naar Ullapool, Ferry Inn. 3 km gefietst, totaal 458 km. Prachtig weer, motregen in Ullapool.

Ullapool is een bonte verzameling knusse huisjes. Deze liggen in de beschutting van een diepe, fjordachtige inham in de kust, loch Broom. Er wonen maar 1200 mensen maar doordat de ferry naar Lewis hier vertrekt, is het een soort toeristisch centrum.

Op Lewis was het vandaag warm en zonnig. Echt een afscheid van de Hebriden in stijl: stortregen bij aankomst (en daarna!) een week geleden op Barra en een stralend zonnetje met bijbehorende blauwe lucht bij het afscheid van Lewis. Gelukkig regende het bij aankomst in Ullapool zodat de schok niet te groot was.

Naast een toeristenplaatsje is Ullapool een vissershaventje. Het stadje is in 1788 gebouwd in opdracht van de British Fisheries Society.

Morgen begin ik aan mijn tocht naar het noorden. Het is hier niet heel erg vlak, maar ik hoop tot Lochinver te komen. Het landschap onderweg moet in ieder geval erg mooi zijn. Wat trouwens ook heel mooi is, is een groot aantal antieke auto's wat hier rondrijdt. Ze zijn bezig met een tocht naar het noorden. Nu ben ik doende  mij weer een automobiel aan te schaffen. Ik had een ander model in gedachten, maar misschien moet ik dit toch maar 's heroverwegen. Of ik ga morgen gewoon liften...

Mooi, mooier, snelst...

Dag 12, maandag 26 mei 2024 
In een dag het rondje Stornoway - Barvas - Carloway -Callanish - A858 - Stornoway fietsen is goed te doen. Per slot van rekening is 83 km door golvend landschap met af en toe een wat pittiger helling geen heksentoer voor de geoefende fietser. Je moet echter niet van alles en nog wat uitgebreid willen bekijken en dan ook nog 's met iedereen willen kletsen, want dan kost het wel erg veel tijd.
Ik was rond half negen vertrokken uit hotel Callandh Inn in Stornoway, dus daar lag het niet aan...
Onderweg had ik een gesprekje wat me heugen zal. Dit was met Linda, die ergens in the middle of nowhere een kroegje drijft op de moors, en wanhopig het hoofd boven water tracht te houden. Ik ben de enige klant, dus tijd genoeg om te kletsen.
'Ik kom niet van hier en eigenlijk wil ik dolgraag weer weg, maar ja, ik ben hier getrouwd,' spreekt ze berustend. 'Veel mensen hier zijn verslaafd aan alcohol. Er is hier de hele winter absoluut niks te doen en kinderen zien hun ouders drinken dus nemen ze dat gedrag over.'

Ze vertelt dat alcoholisten die geregistreerd staan, geld krijgen van de Britse overheid om drank te kopen - bovenop de uitkering die ze doorgaans al hebben. 'Dat is veel goedkoper dan ze van de drank afhelpen,' aldus Linda. Ze is nog niet uitgesproken of er komt een jonge vent binnen om een voorraadje drank te halen. Met een plastic tasje vol blikjes bier wankelt hij weer naar buiten. Het is net twaalf uur geweest.

De route is absoluut mooi. Golvende wegen,  met bloeiende bloemen op ieder beschut plekje in de moors, met de leeuwerik zkngrnd boven me en geweldig wijdse uitzichten op de eindeloze grjjsbruine heuvels afgewisseld met de schitterende lochs.

Het is zes uur als ik eindelijk de steencirkel bij Callanish verlaat. Opeens realiseer ik me dat het nog zo'n 25 km fietsen is naar het hotel. De lucht trekt dicht en ik heb tegenwind.
Trappen dus, kop in de wind en zo hard mogelijk. Bij Achadh Mor neem ik een kortere 'single track road' over de moors terug naar Stornoway. Het is een prachtige route maar totaal verlaten. Hier is de eenzaamheid uitgevonden. Hier en daar staat een verlaten jachthut de leegte nog te versterken. Als ik een dochter had -maar die heb ik niet - zou ik het maar matig vinden als deze hier om deze tijd rond zou zwerven. Maar ik ben een polderkind, gewend om alleen in de natuur rond te lopen en dus vind ik dit geen punt. 

Ondertussen vallen de eerste druppels. Ik voel dat ik moe ben, zin heb in een douche. Tot hoe laat serveren ze ook alweer diner in het hotel? Ik kan het me niet herinneren.
Het is vijf over half acht als ik aankom. 25 km in anderhalf uur, ik heb wel eens langzamer gereden.

De douche is gloeiend heet en een kwartiertje later zit ik lekker aan de maaltijd tussen een hele buslading senior citizens die pas in het hotel aangekomen zijn. zij genieten Met vplle teugen, ik ook Wat kan het leven goed zjjn!

Standing stones of Callanish

Dag 12c, maandag 26 mei 2014.

Ze torenen hoog boven me uit als ik het smalle pad tegen de heuvel op loop. Tegen de achtergrond van de donkergrijze, jagende wolken en de schittering van het nabijgelegen loch vormen ze een indrukwekkend, bijna dramatisch beeld. Als dat nu zo is, wat voor verpletterende indruk moet dit heiligdom dan gemaakt hebben op de mensen die hier toen rondliepen?

De 'standing stones van Callanish' zijn wereldberoemd en tegelijk weet niemand wat de oorspronkelijke functie van deze steencirkels was. Dat het een heiligdom is van zo'n 5000 jaar oud en dat de vijftig stenen in een kruisvorm en drie cirkels rondom een graf liggen, zoveel is duidelijk, maar verder?

Opmerkelijk is dat de steencirkel veel weg heeft van het zgn. 'Keltisch kruis', een stenen kruis met een cirkel in steen uitgehouwen (om de zware stenen 'armen' van het kruis te ondersteunen). Deze Keltische kruisen kwamen pas in zwang rond 700.

Het noorden van Engeland en Schotland kent zo'n beetje de grootste dichtheid van prehistorische heiligdommen. Dit is ook wel logisch want deze heiligdommen bestaan doorgaans uit steencirkels van enorme stenen. In Nederland zijn stenen van die omvang zeldzaam. Wij moesten het doen met heilige eiken en die hebben natuurlijk al lang het loodje gelegd.

Vlakbij de standing stones zijn nog twee kleinere steencirkels. Veel bezoekers lopen als een soort pelgrimage van de ene cirkel naar de andere. Om onvermijdelijk te eindigen bij het bezoekerscentrum met overheerlijke 'scones, clotted cream, jam and thea'. Cultuur is prachtig maar je moet er wel iets bij te eten hebben. Ik ben ervan overtuigd dat dit 5000 jaar geleden niet anders was...

Schapen x regen = ...?

Dag 12b, maandag 26 mei 2014.

Wat doe je als de beschikking hebt over een miljoen schapen en geplaagd wordt door regen en wind? Nou, simpel. Je vindt Harris tweed uit en wordt daar wereldberoemd mee.

Harris tweed is heel strak geweven wol met speciale patronen en kleuren. Door de speciale manier van maken is het grotendeels wind-en waterdicht. Omdat het ook zo goed als onverslijtbaar is, wordt tweed al eeuwenlang gebruikt voor kleding hier op de eilanden en in de rest van Groot-Brittannie.

In het Black Houses Village bij Carloway kun je zien hoe tweed wordt gewoven. Edward, een van de wevers, legt uit: 'Harris tweed is een beschermd merk. Het mag alleen zo genoemd worden als het hele verf- en weefproces op de Buiten Hebriden plaatsvindt'.

Vroeger werden de verfstoffen voor de kleuren gewonnen uit planten die op de Hebriden voorkomen. De beroemde goudkleur werd zelfs gewonnen uit turf. Nu is dat niet meer het geval. Edward: 'Ons tweed wordt gebruikt door allerlei beroemde modehuizen. Die eisen constante kleuren vandaar dat we nu syntetische verfstoffen gebruiken'.

Harris tweed is een van de belangrijkste exportgoederen van de Hebriden. Edward: 'Vroeger ging bijna alles naar Engeland en Frankrijk. Tegenwoordig is ook Japan een belangrijke afnemer terwijl er een toenemende vraag is uit Rusland en China'.

De schapen blijven er desgevraagd bescheiden onder. Zegs-ooi Betty: 'Ach, we weten dat we de beste wol leveren, maar dat is ons werk he? Behhhh...'

maandag 26 mei 2014

Black houses

Dag 12, maandag 26 mei 2014 - Rondje Lewis gefietst: Stornoway → A857 → Arnol → A858 → Callanish → A858 → Stornoway (hotel Callandh). 83 km gefietst, totaal 455 km. Droog, zonnig, 13 gr.
De muren zijn bijna een meter dik. Het dak is gemaakt van aangespoeld hout en bedekt met een dikke laag gerstestro. Dit wordt met touwen gemaakt uit heide en zware stenen op z'n plek gehouden. Raampjes waren een luxe: meestal was er niet meer dan een klein venstertje waardoor wat gedempt licht doordringt.
Binnen brandde dag en nacht een turfvuur. Dat had vele voordelen: al het ongedierte werd ermee op afstand gehouden, het was lekker warm en je kon erop koken. Het vuur beroette natuurlijk de hele binnenkant van 't huis vandaar dat ze 'black houses' genoemd werden.
Deze huizen, waarin mens en dier samen woonden, waren de normale huizen voor de arme mensen (bijna iedereen dus) in de periode 1850 - 1950. Soortgelijke huizen vond je in die tijd ook Groenland.
Vrijwel alle materialen waaruit de black houses gemaakt werden, waren ruim voorhanden. Zelfs hout - wat bijna niet voorkomt op de Hebriden - was er voldoende, zo veel schipbreuken vonden er plaats.
Dat deze manier van wonen ongezond was, bleek wel uit de hoge kindersterfte. Vaak werden de scholen weken- of zelfs wel maandenlang - gesloten omdat er een of andere besmettelijke ziekte heerste.
Om een eind aan deze toestanden te maken, begon de Schotse overheid vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw de inwoners van de Hebriden aantrekkelijke leningen aan te bieden waarmee ze simpele, moderne huizen konden bouwen.
Dat gebeurde op grote schaal en de black houses raakten in verval. Aan de kust, bij Carloway, bleef een dorpje van een paar black houses het langst in gebruik. De bewoners, 8 vrouwen en een man, weigerden simpelweg hun manier van leven op te geven. Drie zussen hielden dit het langste vol maar uiteindelijk moesten ook zij zich gewonnen geven.
Sindsdien zijn deze huisjes gerestaureerd. In twee ervan is een museum ingericht - compleet met werkend weefgetouw voor tweed. De overige huisjes zijn te huur. In een ervan is een hostel ingericht. Met uitzicht op de oceaan!
Aanrader:
Er zijn twee musea over black houses: bij Arnol, waar een black house en een zgn. 'white house' (de moderne vervanger) te bezichtigen zijn en een kilometer of 20 verder bij Carloway waar het museumdorpje is (incl. uitleg over Harris tweed en mogelijkheid tot logies)

Vreemde kostgangers

Dag 11, zondag 25 mei - rustdag in Stornoway, Caladh Inn; 0 km gefietst, totaal 372 km. Vrijwel droog, zwaarbewolkt, 12 gr.

Gouden zonneschijn valt in schuine banen door het glas-in-lood raam naar binnen. Stofdeeltjes spelen in de lichtbaan. Langzaam, met bedachtzame bewegingen zet Joe MacLeod alles klaar. Het ruikt er een beetje muf, alsof de ruimte weinig wordt gebruikt, maar de stilte in het kleine Presbyteriaanse kerkje is weldadig.

Joe legt uit: 'De gemeente is niet zo groot meer. Op zondagochtend zijn we met z'n veertigen.' Hij vervolgt: 'Maar we zorgen dat de kerk iedere dag open is. Wie wil kan hier terecht.' Alles staat nu klaar voor de 'evening song'. Dit is geloof ik een typisch Britse gewoonte om 's avonds een zangdienst te houden. Er komen vier mensen. Oud, breekbaar, kostbaar. Gods lof wordt gezongen met bevende stemmen. Ontroerend.

Stornoway is niet echt een groot stadje, maar met 7000 inwoners is dit de hoofdstad van de Hebriden. Er zijn een paar grote supermarkten, een groot hotel en een ziekenhuis. Er is zelfs een universiteit.

Op de Hebriden zijn veel mensen zwaar gelovig. Alleen al in Stornoway tel ik niet minder dan tien kerken, varierend van de Gospel Church en het Leger des Heils tot de Presbyteriaanse kerk en de Free Church of Scotland. Diensten kunnen naar behoefte gevolgd worden in het Gaelic of in het Engels.

Grappig is het ook wel: als je op zondag door het stadje loopt, zie je voornamelijk kerkgangers. Omdat de kerken zo dicht bij elkaar staan - sommige zelfs naast elkaar - valt het des te meer op dat iedere groep z'n eigen dresscode lijkt te hebben. De evangelicals fleurig, de presbyterians netjes en de church-of-scotlandgangers in zwart of grijs gehuld. Sommige van de church-of-scotlandvrouwen overigens met niet misselijke hakken - dat dan weer wel!

Tot voor een aantal jaren was het zelfs zo dat op Lewis de schommels op zondag met een ketting vastgezet werden. De Dag des Heren was klaarblijkelijk niet bedoeld om te spelen. Ach, ons Heer heeft soms vreemde kostgangers maar Hij houdt beslist van ze.. 

zondag 25 mei 2014

De oudste bergen op aarde

Dag 10b, za. 24 mei 2014.
De geleerden vermoeden dat de Hebriden behoren tot het oudste gebergte op aarde. Voor de zgn. 'continental divide',  waarbij Amerika zich losmaakte van Europa, lag dit gebergte er al.
Met een grote boog naar het noorden strekt het zich uit van Barra, een van de zuidelijkste eilanden van de Buiten Hebriden, via de Shetland Eilanden tot voorbij Groenland. Het gesteente bestaat vooral uit zgn. 'Lewis gneiss' en basalt. Dat laatste is bar hard, zoals ik proefondervindelijk heb mogen vaststellen op het vogeleilandje Staffa: mijn rechterarm vertoont nog steeds een exotische groen-gele kleur van de val een week geleden.
Op het gesteente heeft zich in de loop der eeuwen een zandlaag afgezet waardoor er planten konden groeien. Omdat het hier onder invloed van de Warme Golfstroom en de Atlantische Oceaan altijd nat en gematigd van temperatuur is, moeten de eilanden vroeger vol met bomen en struiken gestaan hebben maar daar is door het gebruik van het hout en de overbegrazing niks meer van over.
Omdat het regenwater dat valt vanwege de rotsachtige ondergrond nergens heen kan behalve bergaf, zijn de dalen gevuld met lochs (loch is Schots voor het Engelse lake wat 'meer' betekent). De bergen zijn deels bedekt met zure heidegrond die kletsnat is en 'moors' (moeras) genoemd wordt.
Ondanks het feit dat hier sporen van menselijke bewoning zijn die meer dan 5000 jaar oud zijn, is wonen op de Hebriden altijd een strijd tot overleven geweest. Dat was toen en nu is het niet anders.
Het leven is hier niet goedkoop, vrijwel letterlijk alles moet van buiten aangevoerd worden. Behalve schapevlees, zalm en vis, dat hebben ze plenty. Je merkt het ook aan het eten: je krijgt rustig vier stukken schapevlees op je bord, maar er ligt anderhalf worteltje en wat erwtjes uit blik naast. Ze kunnen geen dag zonder bacon en 'black puding' (bloedworst) bij 't ontbijt, maar dat komt allemaal van Deense varkentjes.
Daarnaast wordt er heel veel gefrituurd of met veel vet bereid. Voor culinaire hoogtepunten moet je elders zijn, maar ach, een paar uurtjes fietsen en de calorietjes vliegen er af!

zaterdag 24 mei 2014

Raketpost voor de eilanden

Dag 10, za. 24 mei 2014; Tarbert (Harris) → via Lacasaigh → Stornoway (Lewis), Caladh Inn. 61 km gefietst (7 u), in totaal 372 km. Droog met buien. Paar stevige hellingen (10%) aan het begin, meer golvend aan het eind.
Het begint al gelijk heftig: kort na het verlaten van Tarbert moet er een lange, steile helling beklommen worden. Niet echt een fijne combinatie met het kort daarvoor genoten 'full Scottisch  breakfast'.
Vanaf de kaap heb je een mooi uitzicht over de resten van de walvishaven en het eilandje Scarp. Eind 19e eeuw hebben de Noren hier een haven gemaakt om walvissen te vangen in het noorden van de Atlantische oceaan. Van het vlees maakten ze guano, een soort kunstmest. In 1922 kocht de eigenaar van het eiland Lewis, lord Leverthume, de haven. Hij wilde de werkgelegenheid voor de eilandbevolking vergroten. Hij had plannen om het walvisvlees te verwerken tot worst en die te verkopen in Africa. Het eindigde voorspelbaar met een faillissement en van de haven is weinig meer over dan alleen het verhaal.
Het piepkleine eilandje Scarpa ligt dichtbij genoeg om het te zien liggen, maar is door de gevaarlijke zee zo slecht bereikbaar dat de 120 bewoners zelden hun post op tijd kregen. Zoiets kan natuurlijk niet bij de Royal Mail, dus werd er naarstig gezocht naar een oplossing.
In 1934 kwam de Duitse raketgeleerde  Gerhardt Zucker met een creatieve oplossing. Hij stelde voor de post met een raket naar het eilandje te schieten. Bij een proef in juli 1934 ontplofte de raket waardoor er duizenden brieven half verbrand naar beneden dwarrelden. Al deze brieven waren gestempeld met 'Western Iles Rocket Post'. Stuk voor stuk brengen ze nu goud op bij verkoop op veilingen.
De Royal Mail wenste om begrijpelijke redenen niet langer gebruik te maken van de diensten van Zucker. Teleurgesteld ging deze terug naar Duitsland om daar in dienst van ene Adolf nijver mee te werken aan het ontwikkelen van de V-bommen waarmee een groot deel van Londen in de as zou worden gelegd. Ook hier bleef hij geen vrienden met zijn opdrachtgever: kort voor het einde van de Tweede Wereloorlog werd Zucker geexecuteerd.
We vervolgen onze tocht naar Stornoway. Harris vormt met Lewis een soort dubbeleiland. Harris is rotsachtig en heeft de hoogste heuvels van de Hebriden, tot 800 m. Lewis is veel soppiger. Er wonen 17.000 mensen en een veelvoud daarvan aan schapen die gezellig in de weg lopen als je voorbij wilt met de fiets.
Ze keek me aan met zo'n blik van 'Heb ik iets van je aan?' Ze zag eruit als een dame die betere tijden had gekend. De bontjas die ze droeg, vertoonde beschamend kale plekken maar ze negeerde ze met een dedain een beroemd artieste waardig.
Schotse schapen verliezen soms hun vacht al vanzelf voor ze geschoren worden en eerlijk gezegd: het ziet er niet uit! Maar grappig is het wel, zo'n serieus kijkend beest met een halve bontjas aan!

vrijdag 23 mei 2014

Land van armoede

Dag 9b, vrij. 23 mei 2014.

Het is voorjaar 1845. Allain poot moeizaam z'n aardappels op het kleine lapje grond wat hij huurt van de Engelse grootgrondbezitter. Behalve dit stukje grond, niet groter dan een flinke moestuin, heeft hij een paar schaapjes en een koetje op de gemeenschappelijke weidegrond lopen.

De grond is nat. De Hebriden zijn niks anders dan rotsen die uit zee steken en waar op sommige plekken een laag grond ligt die net droog genoeg is om te bewerken. Allain kan z'n aardappels niet gewoon in de grond stoppen. Hij moet  'lazy beds' maken. Dat zijn rijtjes opgehoopte grond vermengd met kelp, schapenmest en stro. Op deze manier blijven de knollen net droog genoeg om te kunnen groeien.

Als 'crofter', kleine pachter, moet Allain er allerlei dingen bij doen om zijn gezin te voeden. In het seizoen verzamelt  hij kelp, een soort zeewier, waarvoor hij altijd een redelijke vergoeding van zijn landheer kreeg. Nu is deze markt ingestort en zijn harde arbeid waardeloos.

Vroeger mocht Allain zijn pacht zoals al eeuwenlang de gewoonte was in natura voldoen: wat boter, de wol van een van  zijn schapen en misschien nog wat aardappelen of een lam. Nu  de geldeconomie z'n intrede heeft gedaan op de eilanden, wil de landheer betaald worden in contanten en dat heeft deze crofter niet.

Allain en zijn vrouw hebben het zwaar. Van de tien kinderen die ze samen kregen, zijn er zeven gestorven aan de 'negendaagse koorts', een veel voorkomende aandoening op de eilanden. Voordat een kind negen dagen oud is, krijgt het dan ook geen naam.

De zomer van 1845 zal rampzalig blijken voor het gezin: net als in Ierland breekt ook hier de aardappelziekte uit met hongersnood tot gevolg.

Alsof dat nog niet genoeg is, besluit de Engelse landeigrnaar enige tijd later dat hij geen crofters meer op zijn land wil omdat hij wil omschakelen op - de voor hem profijtelijkere - grootschalige veeteelt.

Op alle eilanden maar ook in de Highlands verliezen veel crofters in deze tijd van de 'clearances' hun lapje grond en daarmee hun middelen van bestaan. Het gaat er niet zachtzinnig aan toe: als het moet worden er soldaten ingezet om de crofters en hun gezinnen te verjagen. Sommigen van hen sterven van pure armoe. Anderen wagen de oversteek naar gebieden als Carolina en Nova Scotia. In Nova Scotia wordt tot op de dag van vandaag het Gaelic, de taal van de Hebriden,
gesproken. Een aantal emigreert naar Australie om daar vrijwel direct te sterven aan de mazelen, een ziekte waartegen ze niet immuum waren.

Allain en zijn vrouw emigreren met hun drie overgebleven kinderen naar Carolina waar hij korte tijd later zal omkomen in de burgeroorlog.

In grote delen van Schotland zal de grootschalige veeteelt rampzalige gevolgen hebben en het landschap voorgoed veranderen. Het land wordt overbegraasd en er bljjft geen boom bewaard.

Meer dan 160 jaar later bezoekt Greg, een achterkleinzoon van Allain, de Hebriden om onderzoek te doen naar de herkomst van zijn familie.

Meer dan 160 jaar na de 'clearances' woeden er nu verhitte discussies in het Schotse parlement over de voor-en nadelen van grootgrondbezit. Meer dan de helft van Schotland is op dit moment in bezit van slechts 400 grootgrondbezitters waarvan er vele niet eens in Schotland wonen...

Aanrader: Seallam! Visitor Centre, Leverburgh, Harris www.hebridespeople.com 

Land van stenen

Dag 9, vrijdag 23 mei 2014 - Berneray (Gatliff Youth Hostel) → pont maar Leverburgh (South Harris) →  via westkustroute → Tarbert (hotel Hebrides). 41 km gefietst, totaal 311 km. Harde tegenwind, buien, bergachtig.

Het is niet ver van Berneray naar Harris maar de pont doet er een uur over omdat het een soort zigzaggen is tussen allerlei  rotsen die uit het water steken. Het gaat er heel relaxed aan toe aan boord: iedereen praat met iedereen. Dat is een van de fijne dingen hier: mensen zijn heel aardig en nemen alle tijd om een praatje te maken.

Bill en Allan zijn bezig een zgn. 'dry stone wall' te maken. Deze muurtjes zijn de oude manier om stukken land af te bakenen. Er wordt alleen natuursteen gebruikt, geen cement. Je ziet ze overal, sommigen zijn honderden jaren oud. 'We doen zo'n vijf meter per dag', legt Bill uit, terwijl hij geroutineerd de ene steen op de andere stapelt. Hoewel er veel werkeloosheid is, vooral onder de mannen hier, hebben deze vaklieden altijd werk. Je moet er wel een sterke rug voor hebben. Per strekkende meter muur gebruiken ze anderhalve ton aan stenen.
 
Nauwelijks een paar honderd meter verder staat er een zgn. 'standing stone' op een heuveltje bij de kust. Vroeger was hier een heiligdom van een mesolitisch volk. Dat is 5000 jaar geleden. Er schijnen hier 13 van die stenen gestaan te hebben. Ongelooflijk dat ze die konden vervoeren en overeind klnden krijgen.

Er is zoveel wat we niet weten. Zo schijnt dit volk deze stenen ook gebruikt te hebben als uitkijkpost. Bij het naderen van vijandelijke schepen, ontstaken de wachters een vuur waarop alle bewoners zich in veiligheid brachten achter een soort wal. Bijzonder is dat het pad naar die veilige plek voorzien was van een soort 'booby traps'. Sommige stenen van het pad stortten in als iemand een voet erop zette. Vervolgens was de vijand natuurlijk makkelijk een kopje kleiner te maken. Gelukkig zijn de bewoners van de Hebriden nu stukken gastvrijer!

donderdag 22 mei 2014

Storm uit het noorden

Dag 8, 22 mei 2014 - Howere ( South Uist) → North Uist → Berneray, Gaelic Youth Hostel (Beasdare); 67.5 km, totaal 272.34 km. Negen uur gefietst, tegenwind op stormkracht, bij vlagen regen.
Toen ik vanochtend wakker werd, gierde de storm om het huis. De Gaelic Youth Hostel Association heeft hier op de Hebriden drie hostels. Het zijn allemaal zgn. 'Black houses'.  Een black house is de oude vorm van huizen zoals ze hier vroeger waren: met muren van natuursteen. Deze zijn soms wel een meter dik. Vaak zijn de daken met riet bedekt.
Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw waren deze huizen algemeen. Daarna zijn  ze op grote schaal verlaten. De meeste mensen wonen nu in een moderne,  betonnen doos. Deze zijn volstrekt karakterloos. Het oude huis staat er doorgaans naast te vervallen. Handig als je een spook of een vogel bent: je vindt altijd onderdak.
Ondanks de voorspellingen van beter weer, valt de regen met bakken uit de lucht en wakkert de wind aan tot stormkracht. Hier blijven of toch verder gaan? In ieder boekje over Schotland staar dat mei/juni de droogste tijd is en dat de heersende windrichting zuid -noord is. Vergeet 't rustig dit jaar!
Ik hak de knoop door en besluit tot het volgende Gaelic Hostel te fietsen. Dat staat op het eilandje Berneray, zo'n 70 km verderop. Normaal een afstand die drie of vier uur zou vergen. Nu doe ik er negen uur over. De wind waait zo hard dat ik met moeite 10 km/u haal, maar meestal zit ik daar onder. 's Ochtends is het nog droog, na de middag is de ijskoude regen weer terug van weggeweest.
Eigenlijk jammer. Het landschap is op sommige plekken adembenemend mooi en op deze manier is het lastig om er echt van te genieten.
Het laatste stuk is het zwaarste maar ook het mooiste. De weg voert langs een baai met een prachtig wit strand. Witte rollers slaan schuimend stuk op het strand. De dalende zon werpt lange schaduwen en  overal op de groen-grijze flanken van de heuvels lopen schapen. Een honingkleurige uil vliegt laag golvend over de moors.
Ook dit hostel bestaat uit black houses. Merkwaardig genoeg zijn die trouwens wit gekalkt. De huizen staan op een soort kaap aan zee. De ondergaande zon werpt er een betoverend licht over. Woest mooi!

woensdag 21 mei 2014

300 gallons of whiskey

Dag 7(b), wo. 21 mei 2014 - Barra, Isle of Barra Beach hotel → South Uist, youth hotel in Homere. 48 km; totaal 205 km. Hele dag regen, kou en harde tegenwind.
Niet minder dan 300 gallons whiskey gingen er doorheen bij de wake na de dood van Flora MacDonald's in 1790. Dat is 480 liter. Nu waren er ook meer dan 1000 rouwenden op komen dagen, maar dat is toch een halve liter per persoon. Wie was die Flora dat ze blijkbaar zo diepbetreurd was?
Het verhaal begint in feite bij de veldslag bij Culloden. Bonnie Prince Charles, de leider van de Jacobieten, leed daar een geweldige nederlaag tegen de Engelsen. Zijn leger - en veel van de gewone Schotten - werden ongelooflijk wreed in de pan gehakt. Bonnie Prince Charles ontsnapte naar de Hebriden en wilde naar het veilige Frankrijk ontkomen.
Op 28 juni 1746 ondernam de 24-jarige Flora MacDonald samen met haar Ierse meid Betty Burke de zeereis van Benbecula naar Skye. Haar meid was de verklede Bonnie Prince Charles die zo het vege lijf redde. Flora werd jarenlang hiervoor gevangen gezet en was in een klap een Schotse heldin.
Ze had sowieso talent voor avontuur: hierna trouwde ze Allan MacDonald. Gedreven door geldproblemen vestigde het paar zich in Amerika. Daar belandden ze prompt in de burgeroorlog. Uiteindelijk kwam Flora terug naar Schotland waar ze - zeer betreurd -  een uiterst spiritueel einde beleefde.
Nu ligt Flora begraven op Skye maar ze werd hier vlakbij geboren. Van haar geboortedorpje Milton is letterlijk niets meer over. Het enige dat nog rest is de ruine van haar huis in de 'moors'.
Om te zeggen dat het vandaag nat was is spotten met de werkelijkheid. Toen ik wegfietste van het hotel in Barra regende het pijpestelen. Dat bleef zo tot ik acht uur later de jeugdherberg in Homere, op Zuid Uist bereikte. Soppende schoenen, ijskoude, gevoelloze handen en compleet
door- en doornat. Ik was zo blij met een droog en warm onderkomen in deze oude 'croft'. Wel nog een kleine karaktertest vandaag: het routeboekje is op de ferry gevallen in een plas zeewater en is nu compleet doorweekt. Zal mij benieuwen of ik de pagina's nog loskrijg... (en de route dus kan lezen!)

'Keep calm and warm'

Dag 7, wo 21 mei 2014 - Barra, hotel Isle of Barra → ??
Alle tafeltjes in de sjieke ontbijtkamer van het hotel hebben een andere theemuts en iedere muts is voorzien van een spreuk. Op de mijne staat: 'Keep calm and warm'. Moet ik dit opvatten als een teken van boven dat ik hier een rustdag (met veel lezen!!!) moet inlassen? Of heeft het hotelpersoneel deze theemutsen aangeschaft nadat de gasten veelvuldig hun ongenoegen over het weer op hen hadden botgevierd? Ik vermoed het laatste.
De weerberichten blijven slecht. Nadat de weervrouw vanochtend had aangekondigd dat er morgen een ietsie pietsie kans is op 'dry spells' (dus niet eens op een fatsoenlijk droge dag!), verkondigde ze daarna stralend dat de volgende depressie al onderweg was.
Maar, nuchter bekeken: niemand dwingt mij dit te doen en mocht ik dat willen, dan kan ik zondermeer ergens in een hotelletje gaan zitten en veertien dagen zitten lezen.
Ik ga inpakken. Na dit 'full Scottisch breakfast' moet er gefietst worden. Op naar Eriskay en vandaar naar Uist. Luctor et emergo!
En ik wens jullie, mijn dierbaren, veel zon toe...