Een rondje Schotland

'Dit is het enige landschap wat me deed huilen.' Op zoek naar de ziel van het land dat Picten, Noren, Engelsen én Schotten elkaar al eeuwenlang betwisten.

zaterdag 14 juni 2014

Home sweet home

Vrijdag 13 zaterdag 14 juni, dag 30/31. Edingburgh (YH Central) → A68 → A697 → A1 → veerhaven Newcastle (180 km) → veerboot → IJmuiden → thuis.

Het is niet echt ver van Edinburgh naar de boot bij Newcastle maar omdat de route grotendeels over tweebaanswegen door het golvende heuvelland van Northumberland voert, schiet het ook niet heel erg op. Alles bij elkaar doen we er ruim drie uur over.

Gezien het feit dat de boot pas om vijf uur vertrekt, laat dat meer dan voldoende tijd over voor 'tea for two' in Coldstream. Dat is een eufemisme voor een grote pot lekker sterke thee met daarbij warme,  versgebakken scones plus heerlijke aardbeienjam, slagroom en verse aardbeien. Echt afzien dus. Gelukkig dat we ondertussen zo getraind zijn in deze tak van sport.

Zonder grappen. Een rondje door het dorp leert dat ook hier veel winkels leegstaan en dat de plaatselijke middenstand het niet makkelijk heeft.

De boot van Newcastle naar IJmuiden is een soort minicruise naar huis. Wel fijn om de fiets niet in te hoeven pakken voor het vliegtuig.

De overtocht is boeiend. Op het WK speelt Nederland tegen Spanje. De fenomenale 5-1 wordt daarna uitbundig gevierd door iedereen die medeverantwoordelijk was voor dit succes. En hier aan boord zijn er dat er niet weinig. Later die nacht komt een helicopter een zieke van boord halen.

Zaterdagochtend zijn we weer thuis. Home sweet home!

Dit blogje is bijna ten einde. Ik zal nog een stukje schrijven over het referendum omdat dit nu speelt en de uitkomst - wat die ook moge zijn - zal van groot belang zijn voor de toekomst van Schotland.
Verder zal ik zal de komende weken het blogje nog wat aanvullen met informatie die voor andere fietsers misschien handig is, waaronder de tracks van de route.

Dank voor het meelezen en voor alle reacties!

vrijdag 13 juni 2014

Oase aan de Firth of Forth

Donderdag 12 juni; dag 29. Scottish Youth Hostel (Central) in Edinburgh. Stad bekeken te voet.

'Ironisch genoeg schieten woorden tekort om de genoegens te beschrijven die een goede boekhandel biedt.' Dit is zo waar! De tekst staat op de reclameuitingen van Waterstones, een van de betere boekhandels in het Verenigd Koninkrijk. Ze hebben hier twee grote filialen, een op 83 George Street en nog een op Princess Street.

Het zijn oases in de woestijn voor de dorstende reiziger. Ze hebben een brede collectie, je kunt er tijdenlang in een goede stoel zitten lezen en er ook nog een lekkere expresso bij drinken en de krant lezen. Ziedaar het recept van mijn favoriete hang out. Het is maar goed dat we nu met de auto zijn, want als we 's avonds tegen sluitingstijd voor de tweede keer die dag het pand verlaten heb ik eh... meer boeken dan 's ochtends zeg maar.

Hoe het komt weet ik niet, maar niet lang nadat we de boekhandel verlaten hebben, komen we bjj toeval terecht in het Schrijversmuseum aan de Lady Stair's Close, een zijsteegje van de Royal Mile. In dit 17e eeuwse herenhuis worden de drie belangrijkste auteurs van Edinburgh herdacht, waaronder Sir Walter Scott.

Scott (1771 - 1832) is de grondlegger van de historische roman. Hij was de eerste die historische feiten en fictie mengde in zijn roman 'Waverly', een bestseller over de strijd van de Jacobieten. Door zijn enorme zeggingskracht werden zijn boeken in die tijd (!) gelezen in landen als Canada, Amerika en Hongarije. Ook iemand als Goethe was een grote fan van Scott.

Walter Scott gaf met zijn werk een enorme impuls aan het Schotse zelfbewustzijn. Hij heeft grote invloed gehad op latere schrijvers als Charles Dickens, George Eliot en Virginia Wolf.

Nou maakte Schotland in die tijd - eind 18e en begin 19e eeuw - een bloeiperiode door die de Schotse Verlichting wordt genoemd. Er zijn toen door de Schotten heel wat zaken uitgevonden waar we met z'n allen veel plezier van hebben (gehad).

De bekendste is misschien wel de stoommachine door James Watt (1782). Maar ook de luchtband (1887), de thermosfles (1892), de telefoon (1876), penicilline (1928) en de kleurenfotografie (1861) zijn allemaal door Schotten uitgevonden. Ach, en dan vergeet ik nog de belangrijkste: MacMillan ontwikkelde in 1839 de velocipede, de voorloper van de fiets. Nee, die Schotten, daar heb je wat aan. Vind-je 't gek dat ze zelfstandig willen worden? Mocht 't gebeuren, dan zal dat een gevoelige klap betekenen voor de Britten, al was 't maar dat de Schotten ook Engelands nationale voedsel, de  marmelade, hebben uitgevonden. Die Britten, ze kunnen helemaal niet zonder marme... eh, Schotten!

Robert de Bruut

Woensdag 11 juni, dag 28. Fort Augustus (Morgan's Lodge YH) → Fort William → Dahlwinnie → Dunfermline → Bridge over the Forth → Edingbugh (YH Central). Per auto.

De weg slingert zich door glooiende velden en dichte naaldbossen met de heuvels van de Highlands op de achtergrond. Af en toe zijn er verrassend mooie vergezichten. Het fuchsia van de overal bloeiende rhododendrons combineert met het wit van het fluitekruid en het groen van de weilanden tot een prachtig plaatje.

We stoppen in Durmferline, tot 1603  de hoofdstad van Schotland. Het stadje ligt slaperig ingeklemd tussen de heuvels iets ten noordwesten van Edingburgh. Waar vroeger het Schotse hof resideerde, slaan nu de leegstand en de crises toe. De meeste toeristen razen voorbij over de nabijgelegen M90.

Toch, voor wie de moeite neemt om hier even te stoppen, valt er veel te genieten. Vooral de ruines van de benedictijnse abdij en het koninklijk paleis zijn interessant door het inzicht wat ze geven in hoe mensen toen leefden.
In de grote Abbey Church - ruw in tweeen gedeeld bij de reformatie - liggen 22 Schotse vorsten begraven. Vroeger werden Schotse koningen begraven op het eilandje Iona, maar dit was vanaf de 11e eeuw ingepikt door de Vikingen dus moesten de royals een ander stekkie zoeken dus dan maar dichter bij huis.

De beroemdste dode is zonder twijfel Robert de Bruce (1274 - 1329). Hij heeft een prachtig, dramatisch levensverhaal dat gelardeerd is met list, bedrog, moord en oorlog. Hij was wat je noemt een echte koning.

Op 24 juni 1314, 'midsummer's day', won hij de definitieve slag bij Bannockburn (bij Stirling) tegen de Engelse koning Edward II. Door deze overwinning groeide hij uit tot mythische propories: de slag bjj Bannockburn betekende de definitieve erkenning voor Schotland als onafhankelijk koninkrijk.

Het zal allemaal heel dapper geweest zijn, maar voor mijn gevoel was die Robert een echte bruut. De Schotten zijn het beslist niet met me eens. Na 700 jaar  wordt hij nog steeds de hemel in geprezen en nu natuurlijk des te meer, zo  kort voor het referendum over zelfstandigheid voor Schotland in september.

De abdijkerk, waar De Bruce begraven ligt onder de preekstoel, is de enige kerk die ik ken waarvan met levensgrote letters op het dak staat wat voor held hier ligt. Wel heel praktisch voor de middeleeuwse pelgrims die hier in grote getale doortrokken. Maar of die lezen konden?

Na Durmferline is het nog een kort stukje naar Edingburgh over de M90. Daarbij passeren we Schotlands beroemdste spoorbrug, de brug over de Firth of Forth. De 1,5 km lange brug dateert van 1890. Het was de eerste grote stalen brug ter wereld en wordt beschouwd als een van de spectaculairste technischeprestaties uit de victoriaanse tijd. Een absoluut wonder van ingenieurskunst met een heel kenmerkend robuust uiterlijk. De brug is met opzet zo  vormgegeven om de treinreiziger een gevoel van veiligheid te geven. De vorige brug was twintig jaar daarvoor ingestort terwijl er een trein overheen reed. Het resultaat: honderden doden. De trein als vervoersmiddel was toen nog niet zo oud en het publiek was bang geworden om ermee te reizen, vandaar de keuze voor deze bijzondere vormgeving.

Tsja, ik moet zeggen dat al die hoogtepunten van de ingenieurskunst hier de ingenieurs in Nederland weer stukken dichterbij brengt...

woensdag 11 juni 2014

Hartstocht...

Dinsdag 10 juni 2014; dag 27b. Fort Augustus, Caledonisch Kanaal.

De infrastructuur waarmee wij het landschap vormgeven, is in feite de weerslag van onze behoeften en hartstochten. En van onze strijd met de elementen natuurlijk.

Ga maar na: een weg, brug, tunnel of vaarweg wordt alleen aangelegd als er geld verdiend kan worden, oorlogen gevoerd moeten worden of als de heimelijke geliefde geschaakt dient te worden.

Vroeger was vervoer over water in Schotland de meest gebruikelijke vorm. Wat wil je ook, het land is omgeven door water en vergeven van de lochs. Toch ging dat lang niet altijd goed. Aan de westkust, bij de Hebriden, vergingen er zo vaak boten dat de bewoners er voldoende wrakhout konden vinden om er de daken van hun 'black houses', de traditionele huizen, mee te bouwen. De eilanden waren -  en zijn - zo goed als boomloos.

De tocht om de noordwestpunt van Schotland, Cape Wrath, was berucht. Begin 19e eeuw was de maat vol en werd besloten een kanaal aan te leggen door de Great Glen, een scheur in de aardkorst die dwars door Schotland loopt van Inverness tot Fort William.

In 1804 werd de spreekwoordelijke schop de grond in gestoken en in 1822 konden de eerste boten veilig en wel dwars door Schotland. Dat klinkt simpeler dan het is. De totale lengte is zo'n honderd kilometer. Gelukkig liggen er twee grote lochs in de slenk, Loch Lochy en Loch Ness, zodat ze voor het kanaal alleen maar de verbindende stukjes tussen die lochs hoefden te graven.

Het probleem is alleen dat Fort William veel hoger ligt dan Inverness. Om het verval te overwinnen, bedacht de hoofdingenieur, Thomas Telford, dat er in totaal 29 sluizen moesten worden aangebracht. Bij Fort Augustus liggen er vijf als een trappetje achter elkaar. Een prachtig voorbeeld van ingenieurskunst!

Zo rond 1840 was het kanaal alweer te smal en te ondiep geworden. Voordat ze goed en wel klaar waren met uitdiepen, was er een spoorweg aangelegd naar Inverness en de westkust, waardoor het kanaal veel aan betekenis verloor.

Vandaag de dag is het Caledonisch Kanaal vooral geliefd voor plezierjachtjes. De vijf sluisjes bij Fort Augustus zijn mooi om te bekijken in het licht van de ondergaande zon. En eenzaamheid is alweer geen probleem: een miljoen midges kijkt geinteresseerd toe wie ze nu 's als wandelende sapbar zullen benutten. ZZZZzzz..... raak! Spat! Bloed! Ook dit is hartstocht...

dinsdag 10 juni 2014

Een kamer vol buskruit

Dinsdag 10 juni 2014; dag 27; Fort Augustus (Morgan's Lodge; rondje Loch Ness gereden met reisgenote A met de auto).

Loch Ness is wereldberoemd. De plaatselijke middenstand verdient hier de dagelijkse portie porridge (een 'variant op stijfsel', volgens reisgenote A) door het uitbuiten van een verhaal over een monster dat teruggaat tot de vroegste tijden. We kwamen St. Columbus al eerder tegen deze reis en waarachtig, ook hier bij Loch Ness was hij. En wat dacht je? Hij spotte Nessie! Geen schijn van bewijs geleverd, maar aan een heilige van dit kaliber valt niet te twijfelen. Sommige politici hebben dat ook: ze presteren niks maar duiken altijd op de juiste plaats en  het goede moment op waardoor ze de schijn wekken uitermate effectief te zijn.

Enfin, Nessie dus. Deze economische weldoener woont hier in het meer. Zo wordt beweerd. Loch Ness is een van de grootste lochs van Schotland (2 x 50 km schat ik) en met ruim 260 meter ook een van de diepst. Geen kunst voor een beetje schroomvallig monster om zich hier afdoende te verstoppen!

Op een strategische plek halverwege Loch Ness bij het dorpje Drumnadrochit ligt Urqhuhart Castle (probeer dat maar 's snel achter elkaar uit te spreken). De eerst bekende bezoeker van dit slot was... juist ja, St. Columbus. Hij was net als de huidige paus: de man kwam nog 's ergens.

Urquhart Castle ligt nu in puin. Het kasteel is in 1692 verlaten door het regeringsleger van Willem van Oranje omdat ze inmiddels andere forten in de buurt hadden. Om te voorkomen dat de Jacobieten het slot zouden innemen, lieten de vertrekkende soldaten een kamer vol buskruit achter met een lontje eraan. Boem!!! Daar ging het kasteel. In een klap was de hele dorpsbevolking brodeloos, want de meesten werkten op een of andere wijze voor het kasteel.

Wat voor de overgrootouders een ramp was, is voor de huidige generatie een zegen. 't Kan verkeren. De ruines van het kasteel - met wonderschone blik op Loch Ness, dat helpt - zijn omgetoverd in een interessant museum waar je van alles kunt leren over hoe het er aan toeging in de 1000 jaar dat het kasteel bestond. Zo zjjn veel achternamen van vandaag de dag terug te voeren op de bezigheden die mensen toen hadden zoals Baker (bakker), Marshall (soort politieagent) en Smith (smid).

Een van de boeiendste beroepen was ongetwijfeld gevangenenbewaarder. Voor een klein vergrijp werd je al opgesloten waarbij velen de gevangenis niet overleefden. Als je geluk had, werd je bij wijze van lichte correctie met je oor op een plank gespijkerd. Nou, als ik de keuze had, wist ik het wel...ik zou als de bliksem  bidden dat St. Columbus me te hulp zou komen!

Einde in stijl in Fort Augustus

Maandag 9 juni 2014; dag 26. Inverness (YH) → Dores → Foyers → Fort Augustus (Morag's Lodge YH); 54 km, totaal gefietst 925 km). Zonnig met laatste uur regen en flinke tegenwind.

De eerste 13 km zijn een feest voor de fietser: een mooie, redelijk vlakke route langs de rivier de Ness en in Dores een lief, oud kroegje met stokrozen en carrot cake. Een perfecte combinatie.

Grappig is dat: ik fiets dan wel alleen, maar ik klets met iedereen en voel me geen moment eenzaam. Misschien is het wel veel makkelijker om in je eentje contacten te maken dan wanneer je samen bent of in een groep.

Net als ik wil weggaan, komen er twee mannen op een racefiets aan. In no time staan we te kletsen. Mijn fiets - een mooie Snel Expedition met Rohloff naaf - trekt altijd wel veel belangstelling van fietsers in het buitenland.

Na Dores wordt de route heuvelachtiger met een paar kuitenbijters rondom Foyers. Ik rijd langs Loch Ness maar het beroemde meer-met-monster is slechts af en toe zichtbaar door de bomen.

Aan beide zijden wordt de horizon bepaald door hogere bergen, op sommige ligt hier en daar zelfs nog een flard sneeuw.

Tussen Foyers en Fort Augustus tel ik niet minder dan 25 Nederlandse Porches die in kleine groepjes achter elkaar rijden. Dat is een populair tijdverdrijf hier: men neme een snel of bijzonder vervoermiddel mee van thuis - een snelle of antieke auto of motor - en daarmee ga je hier stoer over de single track roads van de Highlands rijden. In een groep, anders is er geen lol aan.

Deze Porsche-colonne biedt voer voor psychologen. Er blijkt sprake van heuse kuddedwang: het komt niet eens bij ze op om even te stoppen op een 'passing place' voor een eerzame fietser. Stel je voor dat Gerard van de Rotary eerder bij de volgende whiskyproeverij aankomt!

Verder is het opmerkelijk dat ze er allemaal hetzelfde uitzien. De heren (onveranderlijk aan het stuur) met grijze dan wel witte haardos, uitgerust met een dure zonnebril (ondertussen regent het) en voorzien van een gebronsde teint die een wekenlang verblijf in een of ander zonnig, mondain oord doet  vermoeden.

De dames - al net zo gebronsd - hebben  vrijwel allemaal lange, blonde haren en een eh... rondborstig uiterlijk. Opmerkelijk genoeg lijken  de meesten van hen drie of vier decennia jonger dan de chauffeur. Een echt vader-dochter evenement zeker...

Het is mijn laatste fietsdag. Vanavond zie ik Atje in Morag's Lodge in Fort Augusta. Samen hebben we dan nog een klein weekje vakantie waarbij de fiets achterop de auto hangt. Vreemd, om te stoppen met fietsen, maar fijn om elkaar te zien.

Het afscheid van het fietsen komt in stijl: na Foyers is het beduidend zwaarder fietsen doordat er meer klimmetjes zijn. Ze zijn niet lang, maar sommige zijn gemeen steil. Een eindje voor Fort Augusta klimt de weg zelfs naar een soort pas op 400 m. Het is er bar koud en je waait er zowat uit je hemd. Jammer, want het uitzicht is beslist de moeite waard.

Vervolgens begint het weer te regenen. Het waait hard en ik heb tegenwind. Gelukkig gaat 't vanaf nu het rivierdal in.  Als ik de toeristische drukte van Fort Augustus  binnenrijd, ben ik moe en nat. De cirkel is rond, zo ben ik ook begonnen. Het hoort blijkbaar bij Schotland, het is net een echte liefde: je moet er wat voor over hebben...

Maar mensenkinderen, wat een mooie tocht was dit!!

Dank jullie voor het meelezen vanaf de virtuele bagagedrager. Het fietsen houdt hier voor mij op. Wie dit rondje verder wil rijden, kan vanaf Fort Augustus makkelijk langs het jaagpad van het Caledonisch Kanaal naar Fort William en dan naar Oban.

Ik zal nog wel wat verhalen aan het blogje toevoegen deze week. Voel je vrij om die te volgen als je zin hebt.

maandag 9 juni 2014

Het verjaarspartijtje van de duke

Zaterdag 7 juni; dag 24c

Waarom verloren de Jacobieten de Slag bij Culloden? In feite had het best heel anders kunnen aflopen. Sinds Bonnie Prince Charles in de zomer van 1745 voet aan land had gezet op de Hebriden, hadden hij en z'n mannen (plus een aantal opmerkelijke vrouwen) ongelooflijk hun best gedaan om geld en manschappen bij elkaar te krijgen.

Het Engelse leger was ondertussen druk doende op het vasteland waar de hertog van Cumberland bij het Vlaamse Fontenoy een flinke zeperd haalde in de Oostenrijkse Successieoorlog.

Het voert te ver om hier dieper op in te gaan, maar de achtergrond van dit alles  is dat landen als Frankrijk en  Engeland in die tijd bezig zijn een werelwijd imperium op te bouwen. Ze laten daarbij geen kans onbenut om elkaar een flinke stok in de wielen te steken.

Louis XV van Frankrijk had er alle belang bij om aartsvijand Engeland wat problemen in eigen land te bezorgen zodat hij de vrije hand had in Amerika. Louis zegde Bonnie Prince Charles dan ook geld en mannen toe. In ieder geval,  dat beweerde de kroonprins zelf. Gezegd moet worden dat deze het niet altijd even nauw nam met de waarheid.

De vooronderstelde steun van Frankrijk trok een aantal belangrijke clanhoofden over de streep en het leger van de Jacobieten groeide. Ze trokken naar het zuiden waarbij ze Edingburgh innamen en zelfs zonder noemenswaardige tegenstand tot Derby kwamen. Dat is 100 mijl voor Londen.

De paniek was groot, niet in het minst onder politici en bij de banken. Het leger werd in allerijl uit Fontenoy teruggehaald. Dit was een cruciaal moment. Het hele jaar had Bonnie Prince Charles alle schermutselingen gewonnen. Zou hij nu  durven optrekken naar Londen en de kroon opeisen?

Hij deed het niet. Onzeker is waarom niet. Het was hem met klem afgeraden door zijn officieren, die vonden het risico te groot. Maar Bonnie Prince Charles was behalve charismatisch ook eigenzinnig. Zijn beslissing hier blijft een raadsel.

Zeker is dat de Jacobieten zich hierna  terugtrokken naar het noorden, achterna gezeten door de duke of Cumberland met het regeringsleger, de 'Redcoats'.

Op 15 april 1746 zou het tot een treffen komen op de moerassige hei bij Culloden. De officieren van Prince Charles hadden het hem ten stelligste ontraden, zij wilden zich terugtrekken in de Highlands en eerst weer op sterkte komen. Bonnie Prince Charles weigerde en liet zijn mannen opstellen. Maar... geen Engelsman die ten tonele verscheen! Wat bleek: de duke of Cumberland was die dag jarig en die had wel wat anders te doen dan vechten.

Ondertussen hadden de Jacobieten al uren op de moors in de kou en in de nattigheid gestaan. Zonder eten want er was van alles mis met hun aanvoerlijnen.  Daarop besloot Bonnie Prince Charles tot een verrassingsaanval. Volgens de gewoonte zouden de Redcoats die avond een extra rantsoen brandewijn en kaas krijgen vanwege de verjaardag van hun bevelvoerder. De troepen lagen zo'n 12  mijl uit elkaar. Prince Charles had uitgerekend dat zijn mannen om twee uur 's nachts het kamp van de Redcoats konden bereiken. Deze zouden, geholpen door de alcohol en de nachtelijke verrassingsoverval, een makkelijke prooi vormen.

Niets bleek minder waar. De Jacobieten verdwaalden in het donker en na een lange, koude tocht kwamen ze de volgende ochtend terug in Culloden. De meesten hadden twee nachten niet geslapen en nauwelijks gegeten.

De Redcoats daarentegen kwamen die ochtend goed uitgerust op het slagveld aan. En ze waren woest. Woest omdat ze de vorige avond een brief in handen hadden gekregen waarin de Jacobieten opdracht kregen alle gewonde tegenstanders na de slag te doden. De brief was een falsificatie van de duke of Cumberland, maar dat wisten zijn mannen niet. Het middel was uitermate effectief: de Redcoats deden waarvan ze geloofden dat de Jacobieten dit van plan waren: na de strijd vermoordden ze alle gewonde tegenstanders.

Het was een ongelijke strijd. Niet alleen waren de Redcoats in de meerderheid, ze hadden ook meer en betere wapens. Zo gebruikten ze een soort kanonskogel die  ontplofte en daarmee ettelijke slachtoffers per keer kon maken. De Schotten in het leger van Bonnie Prince Charles moesten het vooral hebben van hun moed en hun fameuze charges waarbij ze geduchte tegenstanders waren in zwaardgevechten van man tot man. Het terrein leende zich totaal niet voor deze wijze van vechten en de Jacobieten  werden jammerlijk afgeslacht.

Het zou de laatste grote strijd op het vasteland van Brittannie zijn. De repercussies zijn tot op vandaag de dag merkbaar. Denk alleen maar aan de verhitte discussies die nu woeden of Schotland al dan niet zelfstandig moet worden.

En hoe liep het af met de hoofdpersonen? De duke of Cumberland (die trouwens een zoon van koning George was en daarmee een neef van Bonnie Prince Charles)  keerde terug naar het vasteland om daar de oorlog voort te zetten. De Slag bij Culloden zou de enige overwinning in zijn leven blijven en zijn reputatie van 'slager' zou een blijvende smet op hem werpen. Hij stierf in Londen in 1765 toen hij 44 jaar oud was.

Bonnie Prince Charles ontvluchtte Schotland daarbij o.a. geholpen door getrouwen als Flora MacDonald. Hij probeerde in Frankrjjk tevergeefs de steun van Louis XV te krijgen om andermaal een gooi naar de Britse troon te doen. Uiteindelijk zette Frankrijk hem het land uit. Hij sleet de rest van zijn leven als een verbitterde alcoholist in Rome. Hij stierf in 1787 op 67-jarige leeftijd aan een beroerte. Tot op de laatste dag overtuigd van zijn eigen gelijk. Of, zoals gids Duncan van het museum het fijntjes uitdrukt: 'He had a bit of a character flaw'  (Hij had wat foutjes in zijn karakter). Tsja.

zondag 8 juni 2014

De laatste mode in tattoo's en kilts

Zondag 8 juni 2014, dag 25; 1e Pinksterdag. Inverness (Youth Hostel). Rustdag. Stad bekeken te voet. Droog met stortbui.

In feite is dit tijdelijke bestaan als  fietsnomade gewoon een zaak van keihard werken. Zo heb ik gisteren zeker acht uur doorgebracht in het museum en op het slagveld van Culloden. Nee, niet in het - overigens uitstekende - restaurant of de dito boekwinkel. Ok, ik beken, ik heb twee boeken gekocht, maar die acties vallen onder het kopje 'vergeeflijke zonden' vind ikzelf (en jij hoeft er niks van te vinden ;-) ).

Een beetje strandvakantie kenmerkt zich door een vrolijk 'dolce far niente' maar helaas ben ik daar erfelijk ongeschikt voor. Het zij zo.

Inverness is met zo'n 45.000 inwoners het centrum van Noord-Schotland. Zelfs toen ik op de Hebriden fietste, hoorde ik dat de bewoners van de eilanden af en toe een weekendje naar Inverness komen om uitgebreid te winkelen en daarna 's lekker los te gaan. Beide dingen kun je hier in de 'capital of the Highlands' ongetwijfeld uitstekend doen. Er zijn veel winkels die het hele weekend open zijn en het aanbod aan kroegen overtreft het aantal kerken ruimschoots zal ik maar zeggen.

De vele clanoorlogen hebbben er jammer genoeg in de loop der eeuwen voor gezorgd dat er veel moois verdwenen is. Wat resteert aan  mooie gebouwen steekt af als gezonde tanden in een onderhoudsbehoeftig gebit. Daarnaast heeft de crises z'n sporen achtergelaten in de vorm van veel lege winkels wat het er niet knusser op maakt.  
Wat wel mooi is, is het gebied bij de Ness. Deze rivier, afkomstig uit het wereldberoemde loch, stroomt dwars door de stad en wordt omzoomd door mooie, Victoriaanse gebouwen.

Het kasteel torent er hoog bovenuit. Bij het kasteel kwam ik een oude vriendin tegen: Flora MacDonald. Ik heb de ruine van haar geboortehuis bezocht op Uist. Zij redde het vege lijf van Bonnie Prince Charles toen deze na zijn vlucht van het slagveld bij Culloden op de Hebriden terechtkwam. Jacobiet in hart en nieren, verkleedde de jonge Flora de prins als haar dienstmeid waardoor hij kon ontsnappen. Er staat nu een enorm standbeeld van Flora achter het kasteel van Inverness.

Ook mooi om te bezoeken zijn de kathedraal en het Victoriaanse 'market place' (dicht op zondag.. ).

Geen Schotland zonder kilts en de bijbehorende parafernalia. Aan de rivier is er een grote winkel in gespecialiseerd. Da's nog een heel gedoe want een rechtgeaarde Schot kan niet zomaar een leuk ruitje uitzoeken. Niets daarvan, de ruit (plus de rest) moet passen bij je oorspronkelijke clan. Wat de keuzestress aanzienlijk reduceert voor de Schotten.

Zo niet voor de welgestelde Chinese dames die wanhopig proberen te kiezen tussen de vele tweed handtassen. DE grote mode, aldus de verkoopster. 't Is dat ik met de fiets ben, anders... (en nee, die twee extra boeken van gister dat ging best!)

Er is weinig waar je zo moe van wordt als van de toerist uithangen. Tijd voor een goed glas wijn en een pub meal bij Wetherspoon. Deze kroeg in Church street is een fenomeen. Ze combineren redelijk eten en drinken met een bepaald soort typisch Engels publiek. Het soort waarbij je bij de dames een uitstekend overzicht hebt over de aanbiedingen van Marks & Spencer. Bij de heren zie je in no time wat de hotste tatoo's van dit moment zijn. Een bijzondere plek, by all means - maar ze hebben er uitstekende wifi. Cheers mate!

De slachting bij Culloden

Zaterdag 7 juni, dag 24b.

Het is 16 april 1746. De 'moors' bij het kleine dorpje Culloden zijn drassig en zo vroeg in het voorjaar is het er guur. De ijskoude regen komt bij vlagen neer op de mannen van Bonnie Prince Charles. Ze zijn moe en hongerig. De meesten hebben al een dag of twee niks meer gegeten en nauwelijks geslapen. Geen goed moment en ook  geen goede plek om een veldslag uit te vechten.

De Slag bij Culloden begint iets voor een uur 's middags als een kanon van de Jacobieten het eerste schot afvuurt. De strijd zal minder dan een uur duren. Als  het geluid van de kanonnen en musketten wegsterft en alleen het gekreun van de gewonden nog te horen is, liggen er 1250 Jacobieten dood in de drassige moors. Een ongeveer even groot aantal is gewond. 376 van hun officieren zijn gevangen genomen. Hun moraal is geknakt.

Hun tegenstanders, de Engelse troepen, hebben 50 doden te betreuren en minder dan 300 gewonden.

Het Engelse leger, in rood gekleed en daarom 'redcoats' genoemd, zoekt die dag en de weken daarna het slagveld af en de omliggende dorpen en landerijen. Iedere gewonde Jacobiet die ze in handen krijgen, wordt op wrede wijze vermoord. De vrouwen en kinderen die meetrokken met de Jacobieten worden daarbij niet gespaard. 

Talloos zijn de verhalen van brute aanrandingen, verkrachting en moord. Dit ongeacht het feit dat het doden van gewonde soldaten,  laat staan van vrouwen en kinderen, een flagrante schending van het oorlogsrecht was (en is!). De aanvoerder van het regeringsleger, de duke of Cumberland, zal er de bijnaam 'the butcher', de slachter aan overhouden.

Tegen de tijd dat de zon ondergaat, ligt niet alleen het slagveld bij Culloden maar ook de hele weg naar Inverness, tien kilometer naar het westen, bezaaid met bloederige, afschuwelijk verminkte lijken.

Wat is hier eigenlijk gebeurd en vooral waarom is het gebeurd? Hiervoor moeten we een stuk terug in de geschiedenis.

De 100 jaar voor de Slag bij Culloden worden gekenmerkt door grote politieke en religieuze onrust in de dubbelmonarchie Engeland en Schotland. We hebben al eerder gezien dat rond 1570 de reformatiebeweging rond John Knox grote invloed had op het protestants worden van Schotland.

De troon van Engeland en Schotland was afwisselend in handen van de katholieke Stuart-dynastie en protestanten waaronder onze bloedeigen Willem van Oranje die in 1689 koning van Engeland werd. De Stuarts waren toen al gevlucht naar het katholieke Frankrijk.

Willem stierf in 1702 en de troon ging over in de handen van de protestantse Anne, een dochter van James VII. Toen zij kinderloos stierf, hoopten de 'Jacobieten',  de voorstanders van het huis Stuart, dat James Stuart terug zou kunnen komen  uit ballingschap om de troon over te nemen.

Echter, in 1701 was een wet aangenomen die bepaalde dat de monarch protestants moest zijn. Zo kwam het dat de Engelse troon in handen kwam van de Duitse (!) achterneef van Queen Anne, koning George I van het huis Hannover. Zijn jullie daar nog?

Kort en goed, ongeveer 100 jaar lang zat er dus een katholieke troonpretendent van het huis Stuart in Frankrijk en later in Rome te mokken, terwijl Engeland werd geregeerd door een wisselende serie protestantse vorsten (waaronder onze Willem) hetgeen uiteindelijk uitmondde in een Duitse vorst op de Engelse troon.

Al die tijd bleef de hoop bestaan bij veel Schotten (maar ook bij veel Engelsen) dat het huis Stuart terug op de troon zou komen. Om diverse redenen trouwens. Zo wilden de Schotten meer godsdienstvrijheid, meer economische zelfstandigheid en ze wilden af van de Unie waarbij de Engelse en Schotse parlementen in 1707 samen waren gegaan. Interessant genoeg wordt vandaag de dag een deel van deze argumenten opnieuw aangevoerd als reden om Schotland zelfstandig te maken.

Op 31 december1720 werd in Rome een kroonprins geboren, Charles Edward Stuart of Bonnie Prince Charles zoals hij genoemd werd. Zijn geboorte tijdens de jaarwisseling ging volgens de traditie samen met het verschijnen van een nieuwe ster aan de hemel. Het begin van een nieuwe tijd van voorspoed voor het huis Stuart, zo wordt gezegd.

25 jaar later staat Bonnie Prince Charles op een heuvel bij Culloden en ziet zijn leger en zijn hoop op de kroon vernietigd worden. Hij vlucht.

Meer over waarom de Slag bij Culloden een ramp werd in een volgend verhaal.

Aanrader: museum en slagveld 'Battle of Culloden', 9 km oostelijk van Inverness aan B 9006. Een van de beste musea op dit gebied die ik ooit heb gezien. Eromheen het hectares grote slagveld wat je met een gps-gestuurde audioguide kunt bezoeken.

Naar 'the battlefield of Culloden'

Zaterdag 7 juni 2014; dag 24. Inverness (YH) → Culloden Batllefield → Inverness (YH). 20 km gefietst, in totaal 870 km. Mooi weer, zon, weinig wind, 's avonds regen en onweer.

Geschiedenis interesseert me heel erg. De gebeurtenissen, de samenhangen, de afzonderlijke details die er ogenschijnlijk niets toe doen: het zijn even zovele uitingen van waar de mens toe in staat is. Zowel in positief als in negatief opzicht.

Geschiedenis is als de gestolde werkelijkheid die zich ieder moment kan herhalen. Geschiedenis als bron van inspiratie, als maatvoering ook voor mijn persoonlijk leven. Het zijn allemaal aspecten die mij buitengewoon boeien.

Een bezoek aan het slagveld van Culloden ligt dan ook voor de hand. Vanuit het Youth Hostel aan de Victoria Drive is het 9 km fietsen: Millburn Road, Old Perth Road en dan steeds rechtdoor over de B9006 tot het battlefield.

Bij het terugfietsen zie ik een grote Tesco aan de rand van Inverness (bij rotonde waar B9006 overgaat in Old Perth Road). Het is een enorme winkel. Je kunt er zeven dagen van de week, 24 u per dag terecht en ze hebben er ontzettend veel.

Bij thuiskomst in het YH heb ik een eigen kamer gereserveerd. Dat kan bij de meeste YH's. Hoezeer ik afgelopen nacht ook mocht genieten van de rondslingerende spullen van zes vriendinnen - inclusief hun vrolijke thuiskomst toen ik al uren had geslapen (en ik ga om 24 u naar bed..) is dit wel een vorm van luxe waarvan ik erg geniet. Verdrr is in dit YH  ook een laundry. Praktisch dus.

Morgen Inverness bekijken. Nu eerst wat meer over 'the battle at Culloden', Englands laatste grote veldslag op eigen bodem (16 april 1746) in iets wat eigenlijk een niet onderkende burgeroorlog was die Engeland de kop had kunnen kosten.

zaterdag 7 juni 2014

Het Laatste Oordeel in Cromarty

Vrijdag 6, dag 23; Cromarty (Royal Hotel) → Munlochy → Inverness (Scottish Youth Hostel);  45 km gefietst, totaal 851 km. Mooi, zonnig weer, weinig wind.

Cromarty is een van de best bewaarde 18e eeuwse stadjes in Schotland en een bezoek maar dan waard. Het ligt aan de Cromarty Firth, een beschutte, diepe inham waar door de eeuwen heen schepen hun toevlucht zochten.

Dat is ook de reden waarom de  baai nu gebruikt wordt om booreilanden te  reviseren. Vanuit mijn kamer in the Royal Hotel had ik vannacht een prachtig uitzicht op de kleurig verlichte 'oil rigs'.  De regio is sterk afhankelijk van werk voor de olieindustrie. Ook de hotels en B&B's tot ver in de omtrek pikken hier een graantje van mee.

Cromarty heeft zoveel geschiedenis dat het onvermijdelijk prachtige verhalen oplevert. Een wel bijzonder verhaal is dat van Sandy Wood. Volgens de traditie hier  vindt het Laatste Oordeel plaats op een veldje achter Cromarty ('t is maar dat je 't weet!). Nu had Sandy al jarenlang knallende ruzie met z'n buurman. Heel vervelend. Toen Sandy het tijdelijke met het eeuwige verwisselde, wilde hij per se zo dicht mogelijk bij dit veldje begraven worden om bij de Opstanding alvast een voorsprong te hebben op z'n buurman zodat hij als eerste zijn verhaal aan God kon vertellen. Moet een praktisch type geweest zijn, die Sandy!

Het museum van Cromarty is een bezoek meer dan waard. Het is niet heel groot, maar leuk van opzet. Nu is wonderlijk genoeg gesloten op vrijdag en zaterdag, dus dat was vanochtend een fikse tegenvaller. Toen ik daar voor de deur stond, kwam er een oude dame aan met een arm vol bloemen. Ik maakte een praatje met haar. Ze vertelde dat ze het museum ging schoonmaken.

Opeens vroeg ze: 'Wil je mischien 't museum even zien?' 'Yes, please!' Enfin, ik mee naar binnen en op mijn gemak alles bekeken. Daarna koffie gedronken in de kroeg aan de overkant. Toen ik verder wilde fietsen, checkte ik routinematig of ik de vijf belangrijkste dingen nog bij me had. Voor vertrek kijk ik altijd of ik mijn portemonnee, geldgordel, telefoon, gps en geweten nog heb.

M'n hart stond bijna stil: de gps was weg!! Waar was dat ding gebleven? Toen begon het te dagen, de gps lag nog in het museum! Maar Fiona, de oude dame,  was inmiddels weg en het museum zou pas zondag om 12 uur weer opengaan!

Wat te doen? Het voordeel van zo'n klein stadje is dat iedereen elkaar kent en inderdaad, de eerste de beste voorbijganger wist waar Fiona woonde.  Ze was gelukkig thuis en de gps lag op de plek waar ik dacht dat hij lag. Boffen!

De route naar Inverness is een mooie, glooiende route. Het is even prutsen om Inverness binnen te komen, vooral om de brug over te komen, maar de aanwijzingen in het routeboekje en de tracks op de gps bieden prima uitkomst.

Het Youth Hostel ligt op loopafstand van de binnenstad. Met 150 bedden is het veel groter dan de andere hostels waar ik eerder was.

Morgen ga ik naar Culloden, waar een van de beroemdste veldslagen uit de Schotse geschiedenis plaatsvond.

vrijdag 6 juni 2014

Een kerkje met verhalen

Donderdag 5 juni; dag 22c

Niet ver voor de ferry van Nigg ligt een lief, klein kerkje rechts van de weg. Je fietst er zo voorbij. Toch is het meer dan de moeite waard om hier even af te stappen omdat hier geschiedenis is geschreven.

In het kerkje wordt een Pictische grafsteen bewaard waarop allerlei bijbelse taferelen zijn uitgehakt. Een absuluut uniek stuk uit de achtste eeuw.

Ik ben mijn tocht begonnen op het eilandje Iona waar St. Columbus vanuit Ierland het christendom heeft gebracht. Van daaruit zijn veel van zijn volgelingen verder getrokken. Hier in Nigg is een van de plaatsen waar zij een kerkje hebben gesticht.

Het was een Pictische gemeenschap. Picten was de benaming die de Romeinen gaven aan de volken in het noorden van Schotland.

Zo'n 1000 jaar later werd hier nogmaals kerkgeschiedenis geschreven. Nigg was een van de plekken waar de Schotse reformatie, die in Edinburgh door John Knox was begonnen, gehoor vond.

Het kerkje van Nigg was in die tijd het toneel van grote evangelisatiebijeenkomsten. Leken namen de taken over van de gevestigde orde. Dat ging niet zonder slag of stoot. De bisschop zat er niet op te wachten om z'n voorrechten - zoals het recht op de jacht in het gebied - op te geven.

Uiteindelijk verlieten alle 'evangelicals' onder leiding van 'the Men' zoals ze werden genoemd de kerk om een eindje verder met toestemming van de landeigenaar hun eigen kerkje te bouwen. Vijftig jaar later werden ze ook daar verdreven. De stenen van hun kerkje werden gebruikt om het huis van de landeigenaar te bouwen - maar niet dan nadat de 'Men' iedere steen hadden vervloekt.

donderdag 5 juni 2014

Brigitte Bardot en de teloorgang van Schotland

Donderdag 5 juni; dag 22b.

Ooit bedacht dat 's werelds beroemdste sekssymbool ervoor zou zorgen dat de beroemdste Schotse whiskey niet Schots meer is? De tragiek van de pr sloeg hier meedogenloos toe.

Een vreemde lucht mengt zich met de regen. Het ruikt naar alcohol maar wat is dat andere aroma? Zo'n honderd meter voor de Glenmorangie Distillery in zicht komt, is de aanwezigheid al onmiskenbaar.

In een laagte in het landschap bij Tain liggen de mooie, grjjze gebouwen. Distilleerderij, opslagruimten, bezoekerscentrum -alles ademt een sfeer van vanzelfsprekende grandeur uit.

Sinds 18-nogwat wordt hier een van de beste whiskey's van Schotland gemaakt. En aangezien ze 2000 soorten whiskey in dit land hebben, kunnen de 'mannen van Tain' er wat van.

Je mengt wat gerst, bronwater en gist door elkaar. Voegt wat vakmanschap toe en laat het minimaal tien jaar liggen in tweedehands eikenhouten fusten en voila...!

Wat mij fascineert, is niet zozeer hoe de whiskey gemaakt wordt. Als je dat wilt weten, lees je het maar na op Wikipedia. Wat mij boeit, is dat ze al rond 1850 in staat waren vanuit dit stadje in Schotland het Wilde Westen en steden als Francisco met het spul te voorzien. Wat een prestatie!

Ze zijn nu bezig om nieuwe markten in  Japan en vooral China aan te boren en dat gaat ze lukken ook. Toch betalen ze een hoge prijs voor deze bekendheid in het buitenland.

In de zestiger jaren draaide BB een film hier in Schotland. De bartender van het hotel waar ze logeerde, leerde haar Glenmorangie drinken. Ze was er zo dol op dat ze drie kisten van de fijnste whiskey kocht en naar haar huis in Frankrijk liet sturen. Dat nieuwtje haalde prompt de krant (hoed u voor persvoorlichters).

Hiermee werd Glenmoragie beroemd in Frankrijk als topmerk voor de rijken. Veertig jaar later kocht de firma Louis Vuiton - Moet Chandon de distilleerderij op. De mannen van Tain waren hun bedrijf kwjjt en de beste Schotse whiskey is nu in Franse handen.

Het wachten is nu voorspelbaar op een rjjke Chinees die de zaak overneemt, maar het begon met Brigitte Bardot.

PS: ik heb geen foto's van de binnenkant van de distilleerderij. Het alcoholgehalte binnenin het gebouw is zo hoog dat je je mobiele telefoon moet uitschakelen en geen foto's mag nemen.



Zwemvesten voor schapen

Donderdag 5 juni 2014, dag 22. Edderton (Edderton Inn) → Glenmorangie Distillery → Tain → Nigg → Cromarty (hotel Royal). 36 km gefietst, totaal 807 km gefietst. Hele dag stevig geregend, weinig wind.

Vandaag zijn op last van de Schotse overheid zwemvesten uitgereikt aan alle schapen hier. Grapje, maar  mensenkinderen, wat een regen vandaag!! Vanaf het moment dat ik vanochtend op de fiets stapte totdat ik zeven uur later het hotel berreikte, heeft het gestort van de regen.

Desalniettemin was het een interessante dag. Ik ben eerst naar de Glenmorangie whiskeystokerij geweest. Daarna in Tain - wat een leuk stadje is - gewacht of de regen wilde stoppen. Niet dus.

De route verder naar Nigg en Cromarty is mooi. Met golvende velden en slingerende weggetjes daar doorheen.
Omdat de lente hier bijna een maand achterloopt op Nederland, zijn alle weggetjes omzoomd met fluitekruid.

In tegenstelling tot de Highlands zijn hier ook grotere boerenbedrijven. Voor het eerst tijdens deze reis zie ik akkers met tarwe, gerst, aardappelen en koolzaad. Daarnaast veeteelt. Veel schapen natuurlijk, maar ook mooie beesten. Zo heb ik schitterende Angus-stieren gezien.

In het piepkleine dorpje Nigg staat een lief kerkje waar geschiedenis is geschreven. Vlak daarna volgt de overtocht met de ferry over de Nigg Bay. De ferry kan maar vier auto's meenemen. Elke auto die aan boord rijdt, wordt van rijrichting gedraaid door een grote, ronde draaischijf in het dek. Hotel Royal is een mooi klassiek hotel aan het water. Mijn kamer heeft uitzicht op de baai met een armada aan jachtjes en een booreiland. Prachtig!

Ik voel me onverantwoord gelukkig. Wat een mooie tocht is dit!!

Schots-Duitse toenadering

Woensdag 4 juni; dag 21d.

Er komen heel veel Duitsers naar Schotland. Dat leidt onvermijdelijk tot, zeg maar, een zekere toenadering tussen  beide volken. Deze toenadering, vermengd met een open oog voor handelskansen bij de Schotten, heeft geleid tot een levendige handel in hertenvlees.

Vooral in het najaar komen hier wat would-be-groot-wild-jagers hun kunsten vertonen. Dat vlees moet natuurlijk ergens heen en meenemen mogen de jagers niet. Zou ook onhandig zijn, zo onderweg in je koffer. Gaat toch ruiken he?

Wat de Schotten dus doen, is een groot deel van dat hertenvlees exporteren naar Duitsland. Zoals jullie weten heeft bijv. een deelstaat als Beieren iets met jacht, getuige al die senioren met bierbuik en een hoedje met 'Gemsebart'.

Die lusten wel een hertebiefstukje. De Schotten zijn blij dat ze d'r vanaf zijn. Of, zoals een van de Hooglanders mij deze week toevertrouwde: 'Die hertebokken staan in de herfst stijf van de testosteron. Die moet je echt niet op je bord willen krijgen'. Tsja, het lijkt me dat hier sprake is van een echte win-winsituatie!

Er zijn naruurlijk ook Duitsers die hier niet in trappen. Waarschijnlijk weten die een vers lammetje erg op waarde te schatten. Foute boel natuurlijk als ze zo'n lammetje onderweg met 'dem Wohnwagen' omleggen. Om dit te voorkomen staat er iets voor Lairg een bordje met de volgende tekst: 'Achtung! Lammer auf der Strasse!' Ja, ja, een beetje Schot kent z'n talen!

Tesco in de aanval

Woensdag 5 juni, dag 21c

Je komt tijdens zo'n tocht allerlei dingen tegen die gek, opmerkelijk of gewoon grappig zijn.

Vandaag was op het nieuws dat Groot Brittannies grootste supermarkt, Tesco, de slechtste cijfers van de laatste 20 jaar heeft. Tijd voor de hoogste baas om de angstige aandeelhoudertjes gerust te stellen voor ze allemaal weglopen. Hij kondigt ingrijpende maatregelen aan.

Deze maatregelen gaan hun effect hebben op de Schotse Highlands. De Tesco hier in Tunso gaat binnenkort de actieradius uitbreiden waarin ze  boodschappen aan huis bezorgen. Binnenkort komen de Tesco-autootjes waarschijnlijk ook tot Tongue en Durness (70 km!).

Het kost £4 om de boodschappen te laten bezorgen. Omdat deze iets goedkoper  zijn dan bij de kleine Spar-winkeltjes die nu nog in die dorpen zijn, zullen veel inwoners geneigd zijn om voortaan hun spullen bij Tesco te bestellen. De kleine dorpswinkeltjes zullen voorspelbaar het loodje leggen.

Dat is jammer omdat daarmee hardwerkende winkeliers hun inkomen verliezen en het vooral oudere mensen de mogelijkheid op een praatje bij het boodschappen doen ontneemt. Mensen hier worden nog afhankelijker van grote bedrijven en internet. En voor fietsers wordt het nog moeilijker om boodschappen te doen. Maar het is waarschijnlijk onstuitbaar: vele keren per dag zie ik de bezorgautootjes rijden en bij veel boerderijen zie je een soort brievenbus in de vorn van een kastje naast de weg waar de boodschappen en pakjes jn kunnen worden gelegd door de bezorgdienst. Het aloude dillemma van geld tegenover de menselijke maat. De klant mag kiezen...

De Italiaanse brug

Woensdag 4 juni, dag 21b.

Vanaf de Crask Inn gaat de route naar beneden tot Lairg. Dit is een wat grotere plaats met winkels en een station. Bij het Pier Cafe, direct bij de ingang van het dorp kun je lekker eten (en ze hebben er goede wifi). Daarnaast is een goedgesorteerde Spar met twee schatten van dames die de zaak runnen.

Na Lairg verandert het landschap ingrijpend. Het zijn niet langer de prachtige, ruige Highlands. Het landschap wordt veel  liefelijker en doet Engels aan, compleet met cottages omringd door  bloementuintjes.

De route naar Edderton is licht glooiend. Het fietsen is hier beduidend makkelijker dan de vorige dagen. Nou ja, op een uitzondering na dan.

Bij Invershin kruist de route de rivier de Shin. Moet kunnen zou je zeggen. Brug erover en klaar. Zo niet hier lieve lezertjes. Wat is het geval? De rivier wordt al gekruist door een brug, een spoorbrug.
Niks aan de hand. Gewoon een deskundig ingenieursbureau inschakelen (ik weet er nog wel een) en die een zinnige oplossing laten bedenken. Nou, hier niet. Het project is betaald met geld van de EU en daarom moest de klus internationaal worden aanbesteed.

Een Italiaans bedrijf won de opdracht. Nou mag ik een boon zijn, maar die Mario die deze fietsersbrug ontworpen heeft, deed dit waarschijnlijk vanuit zijn 'casa di mama' ergens bij Napoli en heeft nooit voet op Schotse bodem gezet.

En van fietsen heeft ie ook al geen verstand. Om hier je fiets aan de andere kant van het water te krijgen, moet je eerst alle bagage eraf halen. Deze sleep je vervolgens twee gladde, stalen trappen op en de draadstalen brug over (met fietsschoenen aan waar van die fijne gladde stalen bindingen onder zitten). Als alle 6 tassen aan de overkant zijn, wordt het tijd om de fiets (16 kilo) elegant om je nek te vouwen en voornoemde route nogmaals fluitend af te leggen.

Mario, ik zeg het je maar een keer: een tracking fiets is heel wat anders dan die zes kilo lichte racefietsjes uit de Giro d'Italia die jij voor ogen had toen je deze aanfluiting van een brug ontwierp!