19-21 april - Het lange Paasweekend biedt ongekende kansen voor een trainingsweekendje in Twente. Niet dat je daar heen zou moeten gaan voor je rust. Verre van dat! En gevaarlijk was het ook - daarover later meer. Maar ach, no guts, no glory! Toch?
Als uitvalsbasis hadden fietsmaatje Lida en ik een superdegelijke accomodatie uitgezocht: het
Natuurvriendenhuis Krikkenhaar in Bornerbroek. Normaal staat deze plek garant voor een ruim aanbod aan peper & zoutkapsels waaronder dito degelijke types verscholen gaan die zich ouderwets sociaal gedragen en nog weten hoe de Internationale gezongen dient te worden. Niet dus. Er was dit keer een groep van 20 Nivon-pubers en zeven begeleiders aanwezig die een betreurenswaardige voorkeur voor house en disco aan de dag legden. Het gevolg was een soort mentale roller coaster waar een mens het nodige van opsteekt. Boeiend!
Als ik aan Twente denk, dan zie ik in gedachten lieflijke dorpjes en daartussen vredige, landelijke weggetjes waar een mens heerlijk kan fietsen. Nou, vergeet het rustig, het is er bloedlink!
Kortgeleden kopte de Volkskrant paniekerig:
'Wolf gespot op 5 km van de Nederlandse grens.' Vlak bij Denekamp was er eentje gefotografeerd toen hij op zoek was naar de oma van Roodkapje. Nou is 30 km zwerven peanuts voor zo'n beest, dus één ding wisten we zeker: er kon er ieder moment eentje uit de struiken schieten om ons te verorberen. Ok, ik geef toe, er is niks gebeurd, maar toch...
Verder bleek Twente in één klap teruggekeerd naar de Middeleeuwen. In allerlei dorpen en buurtschappen was deze winter nijver allerlei snoei- en ander hout op torenhoge stapels gelegd. Hier
 |
| Zoals de ouden fikken, stoken de jongen |
en daar voorzien van een levensgrote pop op de top voor een extra luguber effect. Op Paasavond gingen we kijken in Delderbroek. Een eindje buiten het buurtschap lag een stapel van wel tien meter hoog te wachten op wat komen ging. Rond half negen kwamen tientallen volwassenen en kinderen in processie uit het dorp richting de brandstapel gelopen onder leiding van een soort Rattevanger van Hamelen. Alle kinderen en veel volwassenen droegen een brandende fakkel bij zich: een prachtig gezicht in het schemerduister. Aangekomen bij de enorme stapel hout en stro gooiden de kinderen op teken van voornoemde Rattenvanger hun fakkel in de stapel die al snel in lichtenlaaie stond. Het was een prachtig maar eigenlijk ook een gruwelijk gezicht. Alsof de klok honderden jaren terug werd gedraaid in de tijd. Vele tientallen mensen stonden eromheen, hun gezichten verlicht door de oplaaiende vlammen. Hitte maakt dorstig. Onopvallend langs de kant van de sloot stond een kruiwagen vol met flesjes Grolsch en flessen Berenburg die gretig aftrek vonden. Iemand uit het dorp vertelde ons dat de stapel nog ruim een week zou nasmeulen tot alles tot as zou zijn vergaan. Toen we de volgende ochtend van Bornerbroek naar Apeldoorn fietsten zagen we onderweg inderdaad hier en daar een nasmeulende ashoop. Bijzonder hoe voor-christelijke gebruiken zich naadloos vertalen naar de tijdloze behoefte aan reiniging en symbolen - ook nu. Juist nu?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten